Crisis of passie van de kerk?

Altijd nog actuele voordracht gehouden te Basel (Zwitserland) op 16 november 1975 door Eerwaarde Heer Professor L. Bravin

Vijftien jaar geleden heeft Joannes XXIII de vensters, deuren en poorten van de katholieke Kerk wijd openge­zet, om door een overhaaste – om niet te zeggen goed­gelovige – ‘apertura’ (opening) naar de wereld het aggiornamento’ (aanpassing) van de Kerk te onder­nemen.

Met bijna 2500 bisschoppen werd op 11 oktober 1962 een concilie geopend, dat na een zo triomfantelijk begin ook een effectvolle afloop deed verwachten. Met een opmerkelijke moed en met een bepaald verbluffende argeloosheid en geloof aan de goedheid van de wereld heeft Joannes XXIII de stap gewaagd: uit de heilige ruimte van de Kerk in de frisse tocht der moderne dynamiek van een door techniek en wetenschappen op hoogste toerental zich ontwikkelende mensheid náár de grote dag X !

Men moest slechts met een argeloos en onbevangen optimisme ja zeggen tegen de wereld en al het andere zou vanzelf komen. En het kwam. Het kwam: wat niemand zich aanvankelijk had kunnen voorstellen en niemand verwacht had – en op een wijze zóals geen mens het na een (tijd, geld, geestelijke inspanningen en publiciteit-verslindend) concilie vermoed had.

In plaats van het voorjaar met een alles verjongende bloemenpracht kwam een echt winterse terugval met vorst en stormen, koude en sneeuw; de oude en niet-overwonnen dwaalleren van de laatste honderdvijftig jaren joegen door de kruin van de oude kerkenboom en schudden en rukten aan de oude en mooie kroon. Door het hele organisme van de oude Kerk trekken zware koortsaanvallen die haar bijna tweeduizend jaar oude lichaam teisteren; over het hele lichaam breken zweren open, de etterende wonden verbreiden een afstotende stank.

Nu, de Kerk was vroeger en altijd van buitenaf bedreigd door haar openlijke en geheime vijanden. Tegen deze was de Kerk door haar lange historische ervaring immuun ge­raakt. Wat echter thans de Kerk bedreigt is deze crisis zelf. Wat deze Kerk zorgen baart dat is haar leer zelf, haar gebruiken, haar liturgie, haar dogma’s, haar moraal, haar hiërarchie, de paus, de bisschoppen, de priesters en de leken – dat is het instituut Kerk zelf. De Kerk schijnt aan zichzelf aanstoot te nemen, ze komt met zichzelf niet meer in het reine, Ze wil een nieuwe identiteit vinden met volledig nieuwe, aan de tijd aangepaste, structuren en schijnt de eenvoudigste waarheid-als-een koe vergeten te hebben dat de natuur van een zaak zichzelf haar eigen, met haar wezen overeenstemmende, structuren schept – en dat verandering der structuren of vormen tegelijkertijd verandering van haar wezen danwel verdwijnen van dat wezen ten gevolge heeft. Ik kan de structuren van enige zaak nooit veranderen zonder het wezen van de zaak zelf te veran­deren en te vernietigen Heel concreet gezegd: als de Kerk tot op heden de éne, ware, heilige, katholieke en apostolische en alleen-zaligmakende Kerk was, dan kan zij niet ineens naar de wens van enkele zeer zelfbewuste theologen de zondige, de dwalende, de naar waarheid zoekende, als alle overige christelijke ge­meenschappen slechts betrekkelijke, Kerk zijn.

Als de Heer haar de gehele hiërarchische structuur in haar wezen meegegeven heeft, dan kan zij niet omgezet worden in een democratische geloofsgemeenschap met beperkte aansprakelijkheid. Als de hogepriester naar het voorbeeld van Melchisedech, Christus, zich gewijd heeft opdat ook de door Hem geroepenen gewijd zouden zijn (Job. 17,19) en niet slechts voor de tijd, maar voor de eeuwigheid – dan kan ook het algemene priester­schap der gedoopten daardoor niet opgewaardeerd worden terwijl het bijzondere en sacramentele priesterschap afgeschaft en ontwijd wordt. Als het goddelijke een uniek geschenk van vrije verkiezing en genade is door de Menswording, het leven, lijden en de offerdood van Christus, vastgehouden in het unieke en alles-overtref­fende monument van het Offer en de maaltijd van Jezus Christus als de daad van Christus en zijn heilige Kerk – dan is het een heiligschennis zodra in het minst dit ondoorgrondelijk gebeuren van goddelijke nederdaling en goddelijke instelling ten offer valt aan de wille­keur en wilde spelletjes en de onheldere sektarische vroomheid van onrijpe priesters en charlatans, die met hun Heer en Verlosser de spot drijven zoals des­tijds de romeinse soldaten. Die soldaten wisten niet wat ze deden, de priesters echter zouden het moeten weten Toen iemand als Frederik de Grote – bekend antikatholiek spotter, vrijgeest en vriend van Voltaire – in de Dom van Breslau eens een plechtige Hoogmis bijwoonde, uitte hij zich na het verlaten van de kerk tot zijn naaste omgeving aldus: “De calvinisten behandelen de Heer God als een huisknecht, de lutheranen als huns gelijke, de katholieken echter behandelen Hem als een God.”

Als Jezus Christus zijn hele uitzonderlijk heilige, kuise en deemoedige leven uit liefde tot de Vader voor ons mensen heeft gegeven, dan heeft Hij ons volgens zijn eigen woorden een voorbeeld gegeven: niet hoe wij ons aan de wereld aanpassen moeten, maar hoe wij de wil van zijn hemelse Vader te volbrengen hebben; hoe wij Hem, Christus, moeten navolgen in zijn kruisdragen, of we leken danwel priesters, gehuwd of ongehuwd zijn, om juist deze wereld hier en nu te overwinnen en achter ons te laten.

Veel moraaltheologen leren een hoogst onchristelijke, aan de tijd aangepaste, dubbele moraal, Aan de absolute inzet van de liefde Gods voor ons zwakke mensen kan slechts een absolute inzet van onze armoede, van onze zwakheid en onze onmacht beantwoorden, opdat naar het woord van St Paulus juist ‘in onze zwakte de kracht Gods tot volheid komt.

Als Christus Simon, de zoon van Jona, in zijn Petrusambt bevestigd heeft, dan kan geen van zijn opvolgers uit een hoogst twijfelachtige nederigheid weigeren om de Rots te zijn, alleen maar teneinde als een kerklei­der tussen vele, zelfs als slechts bisschop van Rome, zijn ambt uit te oefenen; dat ware tegen de wil en op­dracht van Christus en verraad aan de apostolische zending.

Als Christus de apostelen tot herders van zijn kudde bestemd heeft, dan hebben zij die kudde te leiden en voor te gaan en niet eenvoudig lijdzaam toe te zien hoe de moordzuchtige modernistische wolven in schaapshuiden der zogeheten “wetenschappelijkheid” en hun theologi­sche spitsvondigheden de kudde van hun Meester Christus verscheuren; dan is het de heilige plicht der bisschop­pen gebruik te maken van hun macht tot binden en ontbinden om, deze boze geesten die in de Kerk rondwaren te binden – en het goede dat nog overal in het volk aan­wezig is met hun autoriteit te bevrijden, te ontbinden en aan een doorbraak te helpen.

Zo is dus de huidige toestand van de Kerk en de paus zelf spreekt over de “zelfvernietiging van de Kerk bin­nen de Kerk”. Deze huidige toestand is voor een aanzien­lijk deel niet de schuld, maar het gevolg van het Tweede Vaticaanse Concilie:

  1. In de hoop en in het geloof, met het concilie niet slechts de eigen Kerk maar ook alle andere godsdienstige gemeenschappen èn de wereld zelf een goede dienst te bewijzen, werden de onderwerpen voor het concilie veel te breed aangepakt en daarmee werden aan concilievaders en theologen te grote eisen gesteld
  2. De concilievaders hadden zich in het hoofd gehaald, tegen een tweeduizend jarige ervaring en tegen de praktijk van twintig vroegere concilies in, een heel ander concilie te scheppen; namelijk een concilie van ziel­zorg – en daarmee werkelijk de behoeften der gelovigen en buitenstaanders in al hun zorgen en problemen van deze tijd, tegemoet te treden.

Zij wilden de wereld een soort christelijke Magna Charta schenken en daarmee de Kerk zuiveren van elk verwijt dat zij langs de nood en de tijdsproblemen héén leefde. Daarbij moest het concilie zich bezig houden met onderwerpen waarin het niet bevoegd was, noch de problematiek ervan op passen­de wijze kon aanpakken. Het concilie raakte verward in méér-zinnige, gecompliceerde, omvangrijke en ver­klaring eisende teksten, die deur en poort openzetten voor verkeerde en valse uitleggingen en onjuiste gevolg­trekkingen. Men denke slechts aan het prijsgeven van de liturgie, aan de huidige anarchie in onze godsdienst­oefeningen die speelplaatsen werden voor allerlei smakeloosheid, oneerbiedigheid en heiligschennis – in de schaduw van de zwijg-zaamheid der bisschoppen als de verantwoordelijke liturgen. Denk aan de perverse ‘emancipatie’ door de zogenaamde mondigheid der christenen, aan de paradoxale (tegenstrijdige) grondstel­ling van de godsdienstvrijheid – waar toch godsdienst betekent: binding aan God in genade, door geloof, hoop en liefde in de waarheid. Denk aan het slagwoord: pluralisme, waaraan de eenheid van de ene Kerk, de ene Leer, de ene Liturgie, het ene Offer, de ene Heer, zo lichtvaardig wordt geofferd. Precies datgene, wat ons tot nu toe allen benijdden, werd uit de open deuren en vensters gegooid. De concrete uitspraken van het concilie zijn praktisch nooit nauwkeurig, betrouwbaar en begrijpelijk bij de uiteindelijke gebruiker terecht ge­komen. Velen kregen de kans, valse liedjes te zingen, die men zondag na zondag te horen krijgt vanaf hoge lessenaars, en daarbij nog op een toon van aanmatiging en gelijk-hebberig zendingsbewustzijn waarvan het Leerambt in Rome nog wel iets zou kunnen opsteken.

Zo is datgene, wat men heden meent te beschouwen als na-conciliair een volslagen onduidelijk begrip en een hoogst verwarde zaak. En zulke documenten moeten de uitgangsbasis zijn voor de vernieuwing van de Kerk en een positieve toenadering tot de andersgelovigen en de wereld.

Daarom moet het ons niet verbazen dat iedereen doet wat hij wil. Het beste oordeel hebben zij, die zeggen: wij houden ons aan het oude totdat eventueel een nieuwe paus of een nieuw concilie deze treurige toestand van een geestelijk, religieus en moreel interregnum (tussenregering) weer terugvoert in de Vrede van Christus van ordelijke innerlijke en uiterlijke verhoudingen. Dan blijft er echter nog veel te lijden, te bidden en te boeten; want een tijdlang heeft men dit wilde avon­tuur van onheldere experimenten de voorkeur gegeven boven de Pax Romana (Roomse vrede) – om de vrede van deze wereld te vinden, die de wereld niet geven kan.

Tot op heden was de Kerk een zuurdeeg, zonder zich hoe dan ook met de wereld vereenzelvigen. Zij doortrok met haar gist en vernieuwde steeds weer de trage massa der mensheid. De Kerk was een katalysator (procesregelaar) die een herstellend en behoudend proces bewerk­stelligde, vertraagde of versnelde, zonder zelf te ver­anderen.

En nu gelooft men, door een volkomen verkeerd begrepen en volkomen vals toegepast aggiornamento, dat de Kerk, dus het zuurdeeg, zich zal moeten veranderen; maar daarmee verliest het zuurdeeg alleen maar zijn werking en daarmee zijn bestaansrecht. Zo ontstaat een wonderlijke toestand: dat de ene uit de Kerk – of minstens uit hun plaatselijke kerk – moeten emigreren opdat zij het over­geleverde geloof en de moraal niet verliezen en dat de anderen in “de kerk” blijven en in synodes en raden het hoogste woord voeren, ofschoon velen noch gelovig, noch katholiek, noch zelfs maar christen zijn.

Priesterseminaries en theologische faculteiten vernie­tigen door de zogeheten nieuwe theologie bijna elke innerlijke priesterlijke roeping en dragen de schuld aan de zware religieuze en zedelijke crisis van pries­ters en priesterkandidaten en het ontbreken van pries­terlijke opvolging.

Katholieke moraaltheologen en priesters worden de verleiders van onze jeugd, de doodgravers van huwelijk, familie en volk – en de bisschoppen worden tot mede­plichtigen, zolang zij geloven dat door dialoog en ver­keerde compromissen nog iets te redden viel; daarbij zijn zij slechts bang dat de schijn van hun zogenoemde wetenschappelijkheid verduisterd kan worden, dat hun ‘image’ niet meer maatschappelijk interessant zou zijn, dat zij niet meer ‘in’ zouden zijn en niet meer welkom bij de progressieven. Wat er ondertussen echter aan ideale waarden en krachten in onze jeugd en in het eenvoudige volk te gronde gaat, daarover zal de ge­schiedenis een ‘witboek’ schrijven èn hun welsprekende aanklager voor God zijn.

De Kerk was nog tot voor kort niet alleen heilsinstituut voor de Katholieken, maar ook (zoals men uit de huidige reacties van veel andersgelovigen kan leren) een beslissend criterium voor geloof, zeden, gods­dienstigheid en christelijke houding. Andersgelovigen schonken in stilte, ondanks alle polemiek, aan de katholieke Kerk meer aandacht dan men gewoonlijk ge­loofde of voor mogelijk zou houden. Zij was voor ons, maar zij was ook – of men het erkende of niet – voor de wereld aanwezig Zij was een politieke, morele, economische en sociale ordemacht, cultuurvormster en cultuurdraagster in de wereld. Want juist ook door de ergste vijanden werd alleen zij ernstig genomen; alleen zij werd gehaat, alleen zij werd gevreesd en alleen zij werd bestreden. En thans biedt zij de wereld een beklagenswaardig beeld van zwakheid, van ruzieachtigheid, van innerlijke onzekerheid, onenigheid en ontbinding.

Iedereen vraagt zich af, wat er dan ineens in de Kerk gaande is? Wat is er in de Kerk gebeurd? Er zijn gegronde en duidelijke aanwijzingen om van een geslaagde “staatsgreep” in de Kerk te spreken. In de Kerk is het ongelooflijke gebeurd: een geestelijke en godsdienstige “staatsgreep” die waarschijnlijk in stille gedurende tientallen jaren langzaam, systematisch en doelbewust is voorbereid door de geleidelijke infiltratie van priesters, theologen en zelfs bisschoppen die totaal geen roeping hadden, maar eenvoudig over de weg van de besloten hiërarchie – ook door de schijnbekeringen, vooral van joden – in de hermetisch gesloten erehal van het kerkelijk instituut wisten binnen te dringen.

Onder Joannes XXIII, de argeloze, slaagde de “staatsgreep” ofwel “kerkgreep” toen, tijdens de eerste conciliezitting de gezamenlijke goed uitgewerkte conciliedocumenten zonder een meerderheid van tweederden, maar met toestemming van de paus, eenvoudigweg van de tafel gevaagd werden. Dat scheen aanvankelijk de zege van de verzoeningsgezinde kardinaal Bea over de bekrompen en verstarde Ottaviani te zijn; maar de zege van het modernisme over een tweeduizend jarige Traditie, het was de zege van de toekomst over het verleden, het was de zege van het pragmatisme van het opportune ogenblik over het dogma, over de onveranderlijke waarheid, over de gelegen of ongelegen eisen van het Evangelie; het was de zege van de godsdienstige Jacobijnen en proletariërs en van de morele vrijbuiters over de waarheid en de christelijke moraal.

De revolutie was geslaagd, ook al vielen er voorlopig geen hoofden behalve dan dat de leider van het belangrijkste kerkelijke bestuursorgaan, het Heilige Officie, zijn ambt werd ontnomen. Steeds onder de schijn van wettigheid dank zij het concilie ontstonden de nieuwe liturgie, nieuwe structuren, nieuwe verordeningen, nieuwe instellingen, nieuwe functies en functionarissen, zoals bijvoorbeeld bisschoppelijke vicarissen, diocesane raden, synoden, synodalen, lectoren en lectorinnen en broodjesuitdelers in hun zogenaamde eucharistievieringen. En dat zou de veelgeroemde en veel besproken hervorming van de zondige Kerk zijn, in plaats van de steeds weer hervorming behoevende zondige mensen?

Is de Kerk eindelijk op weg om zichzelf weer te ontdekken, door deze arrogante, simpele en stijlloze structuurverandering met zijn onverantwoorde financiële kosten-opjagerij; men bedenke slechts wat de “nieuwe meubilering en óm-meubilering” van onze voormalige altaarruimten, de parochiehuizen en hun onderhoud, de opsmuk en luxe in de pastorieën aan geweldige sommen verslinden. Over de synodes willen we nog niet eens spreken.

Zou deze toestand in de Kerk (met het meer dan ‘leekachtige’ [laienhaften  is zowel leekachtig in kerkelijke zin als dilletantistisch in maatschappelijke zin]  raden-, om niet te zeggen sovjet-systeem) zich vastleggen als nieuw establishment, dat wil zeggen een blijvende toestand worden volgens de grondregel: alles vloeit, alles verandert, alles is op drift, alles is in evolutie en moet in deze evolutie door een godsdienstige culturele revolutie in beweging blijven om uiteindelijk de verstarring van een dogmatische en wettische Kerk te overwinnen – dan zou tenslotte dit proces tot vernietiging van de Kerk, tot oplossing van de christe­lijke levenssubstantie en tot anarchie van alle mense­lijke orde voeren. Wat heden geschiedt met betrekking tot de vroeger Heilige Liturgie is slechts een voor­proefje van wat ons nog aan naconciliaire zegeningen en vooruitgang op alle gebied te wachten staat.

Of is deze toestand in de Kerk een ziektetoestand ? Is onze Kerk ziek ? Zwaar ziek in hoofd en leden ? Is ons geloof ziek ? Is ons christelijk leven, onze moraal, ons geweten, ons katholiek denken en voelen, zijn onze intiemste godsdienstige instincten ziek ? Zijn onze leerstoelen niet wormstekig ? Zijn ze niet stuk gevreten door de houtworm van perverse twijfelzucht, de gnosis, verduistering van het weten van de zogenaamde “onbevooroordeelde wetenschappelijkheid”? Is onze litur­gie niet vernietigd? Ons sacramentele leven niet vol­komen ontheiligd? Huwelijk, gezin- en gemeenschapsleven door het ziekelijke overspannen pan-sexualisme volkomen beroofd van eerbied, wijding en liefde? Is de hiërarchie niet op z’n kop gezet en de geestelijke stand gelaïceerd? Is de transcedentie van ons leven niet volkomen van alle taboes ontdaan? In hun plaats zijn er honderden andere taboes gekomen, namelijk die van de stof, de techniek, de wetenschap, de pseudo-kunst, de sport, de gemeenschap, het geld, esoterische en spiritistische geheime genootschappen enzovoort…

De ziektetoestand van de Kerk is dus toch een crisis. Een crisis heeft niet verscheidene alternatieven, doch slechts één. Bij een ziektecrisis gaat het tussen leven en dood, tussen zijn en niet-zijn. Hier in de Kerk gaat het om alles of niets, om waarheid of leugen, om de zedelijke ongereptheid of de morele chaos, om heiligheid of ontheiliging, om recht of on­recht, om de beslissing voor de ene of de andere Heer, Voor Christus of voor de antichrist, voor God of voor de vorst van deze wereld, voor God of zijn tegenspeler, voor de Schepper, bewaarder en bestuurder van de wereld of voor de duivel, voor hem die alles dooreen gooit, die alles vernietigen wil, niet alleen in de wereld maar vooral in de Kerk. In Goethes Faust zegt Mephisto: “Ik ben de geest die steeds ontkent – en dat met recht – want alles wat ontstaat, is waard dat het te gronde gaat.” Nu is het echter onvoorstelbaar en in zijn gevolgen on­denkbaar, wanneer de Kerk als ordeningsfactor Gods haar kennis niet meer zou ontlenen aan de boom des levens, die Christus is, maar aan de boom der kennis en der gnosis – en Openbaring Gods wilde vervangen door weten­schap en psychologie, moraal door geluk in het zich uit­leven, gehoorzaamheid door bandeloze vrijheid, liefde door begeerte; wanneer, kortom, alle begrippen en waarden op hun kop gezet werden.

Wat wij tegenwoordig in de Kerk beleven is zonder overdrijving erger dan een crisis. Wij beleven het treurspel van de Kerk. De paus noemt het zelfvernietiging van de Kerk. Niet alleen de reuk van de hel, maar de tegenstander Gods en vijand van de Kerk zelf is de Kerk binnen ge­drongen. En daar het hem niet gelukt is de Kerk van buitenaf te vernietigen probeert hij haar van binnen­uit te vernietigen, haar in haar meest eigen wezen te treffen.

Door deze onheilszwangere apertura (opening) naar de wereld hebben de poorten van de hel zelf zich geopend om de Kerk tot de Hoer van Babylon te maken, tot broed­plaats van alle verleiding, alle leugenachtigheid, on­oprechtheid, ontucht en verderf. De duivel zelf is heden in de Kerk los en hoe meer moeite men zich geeft om met goedkope beweringen het bestaan van de duivel te loochenen, des te vruchtbaarder en zichtbaarder wordt zijn werkzaamheid in Kerk en wereld.

En nogmaals een aanhaling uit Goethes Faust: “U loochent de duivel, doch de duivel is gebleven.” De poorten der hel gaan van dag tot dag verder open als een verschrikkelijke en gruwzame werkelijkheid. Wij willen niet denken aan de talrijke politieke crisishaarden in de wereld, of aan de om godsdienst of politiek vervolgden, maar onze eigen persoonlijke problemen, En dan niet alleen aan de jeugd die gevangen zit in drugs, seks en alle soorten lust, maar daaraan dat juist deze generatie het voorbeeld, de inzet en de liefde van haar eigen ouders, leraren en andere vol­wassenen mist en dat ze vooral niet meer vindt de be­gripvolle en sacramentele leiding der priesters. Noch het gezin, noch de school, de Kerk of de staat zijn in staat een zekerheid te verschaffen. Denken wij aan ons allen die ellendig creperen aan de welvaart en aan de geestelijke, psychische en stoffelijke vervuiling,

Op zekere dag zal de een de ander opvreten. Homo homini lupus, de mens is voor de mens een wolf. Zeker, dat zijn sombere vooruitzichten en prognoses en men zal mij verwijten: U bent een pessimist, U bent een zwartkijker. Ik ben een te grote egoïst dan dat ik niet inwendig blij zou zijn als de laatste akte van dit drama niet zou plaats vinden, namelijk de ondergang.

Maar mannen met diepere en rijpere kennis en inzicht dan mij vergund zijn, hebben er over geschreven en gesproken: Oswald Spengler in 1918 en 1922, in zijn boek Untergang des Abendlandes (Ondergang van het Avond­land) en in de laatste tijd de communistische schrijver Eugène Jonescu die, naar aanleiding van de opening der Salzburger Festspiele 1972 een zeer ernstig woord over de toestand van de wereld gesproken heeft, dat aan duidelijkheid niets te wensen overliet en mijn pessimisme nog verre overtreft. Maar ook de pers heeft deze roependen handig weten dood te zwijgen. Deze wetenschappelijke en artis­tieke super-autoriteiten onthullen een werkelijkheid van daden en feiten waarvoor het woord crisis en het woord tragedie weldra niet meer voldoende zijn, daar wij ons reeds bevinden in het grote lijden, in de ondergang, midden in sterven en dood.

En juist omdat dit zo is in de Kerk, ben ik optimist, daar ik christen, daar ik katholiek ben. Misschien is het heden toch niet de zelfvernietiging van de Kerk, niet de crisis van de Kerk, niet de ondergang van de Kerk, maar een tijd van genade voor de Kerk, namelijk de Passie van de Kerk. Want de Kerk, en niet Petrus, heeft de belofte: “De poorten van de hel zullen haar niet overweldigen”. Het is de Passie van de Kerk, omdat zij, de Bruid, niet boven de Bruidegom staat. En omdat de Bruid aan haar eigen Lichaam alles ervaren moet wat de Heer beleefde: verraad, veroordeling, lijden en dood en Verrijzenis.

Naar de mate dat de Heilige Mis niet meer offer bleef be­gon de Passie, het offerlijden van de Kerk. De Kerk heeft niet slechts de opdracht het Offer van haar Hoofd Christus hier en nu en op alle plaatsen tegen­woordig te stellen – zij moet het offerlijden en de offerdood als mystiek Lichaam, als voortlevende Christus, zelf dulden, beleven, lijden en mede voltrekken en wij, de ledematen met haar. En dit niet alleen in een als het ware platonisch verloop van de dage­lijkse Heilige Mis en van het liturgisch jaar met zijn af­wisseling van vreugde en droefheid, van zoete Kerst­stemming, ernstige vastentijd, Passie en Goede Vrijdag en de zegevierende Opstanding van Pasen. De Passie van Kerk wordt tot een tastbare werkelijkheid – ook voor ieder van ons die de Kerk liefheeft – werkelijk bemint en niet slechts kritiseert – tot een heel persoonlijk mee lijden. Wat zich heden in de Kerk afspeelt, grijpt onszelf aan met onverbiddelijke kracht en met een smart waaraan men eenvoudig machteloos overgeleverd is, zoals destijds de Moeder des Heren overgeleverd was aan de Passie van haar Zoon. Daaruit begrijpen wij ook de sterke mariale trek welke eigen is aan al die groepen en afzonderlijke mensen die met schrik in deze geeste­lijke verwarring, morele anarchie en liturgische vrij­buiterij, de Passie der Kerk beleven als de Passie van de in haar gestalte aanwezige Christus. Reeds meerdere malen hebben de vijanden in de laatste honderd vijftig jaren getracht de hand aan de Kerk te slaan en haar ten verderve te voeren, onder Pius IX, Pius X, Pius XI en Pius XII. Steeds onder Pius-pausen. Maar Petrus was steeds nog voldoende Rots om de inwendige gevaren met verschillende maatregelen af te weren door het veroor­delen van de modernistische dwaalleren. Ook was het uur nog niet gekomen, maar de verrader was reeds geboren: de filosofie van Teilhard, het positivisme en pragmatisme, de bijbelverklaring van Bultmann en de protestante dialectiek, en zo meer.

Dit kruitmengsel leverde de geestelijke atoombom, om ze op de juiste tijd, het juiste ogenblik bij de fundamenten van de Kerk te leggen om dit oude en verouderde bolwerk van geloof, moraal en eredienst eindelijk eens in puin, stof en as te leggen en om de ‘toekomst’-kerk der utopisten (de algemene, humane, wereldkerk zonder dogma’s zonder geboden en wetten en met een vrije fantasierijke kijkspel-liturgie met champagne, bonbons en ritme, enzovoort) glansrijk te verwerkelijken.

Maar vóór het verraad beleefde de voor-conciliaire Kerk nog de triomfantelijke Palmzondag van het Christus Koning-feest, een bloeitijd van de liturgische eucharistische en bijbelse bewegingen. En juist onze katholieke jeugd nam daaraan in overvloedige mate en geëngageerd deel in de bloeiende jeugdverenigingen. Zij sneden de takken van de bomen van jeugdige begeestering en idealisme, spreidden hun klederen op de straten uit in geestdriftige bijeenkomsten, en “zoen-nachten”op het  Christus Koning-feest, Witte Donderdag en Goede Vrijdag, op Sacramentsdag enzovoort.; zij zwoeren Christus Koning trouw, sterk en rein.

En toen kwam het verraad; plotseling en onverwacht, want samenweringen en verraad worden niet in het licht maar ’s nachts beraamd. Het verraad zette niet in met een nieuwe bijbelverklaring, want letters zijn dood; niet met de afschaffing van de Index en feitelijk van heel het kerkelijke recht – het verraad begon bij de litur­gie-hervorming, het begon in het werkelijke hart van de Kerk zelf, bij de levenskern en het wezenselement van de Kerk, bij het Avondmaal van Christus – bij het Heilig Misoffer van de Kerk. Bij Sint Jan vinden we (13,16) de woorden: “Hij (Jezus) nam een stuk brood, doopte het in, gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. En met het stuk brood voer de satan in hem. Jezus zei hem: Wat ge doet, doe dat spoedig.” Aan deze plaats moet ik onwillekeurig denken als ik zie wat er met de Heilige Mis gebeurd is. “Met het stuk brood voer de satan in hem”. De hervormers waren tenminste nog zo karaktervol en eerlijk dat zij de liturgie van de Heilige Mis volledig opzij zetten. Onze priesters maken er een maskerade van, een carnaval, een ontheiliging van het grootste Mysterie dat ons, priesters, hier op aarde in beheer werd toevertrouwd.

Betekenisvol zijn daarom ook de nieuwe teksten die het zogenaamde “instellingsverhaal” inleiden, als het daarin heet “in de nacht dat Hij verraden werd” of “in de nacht dat Hij werd overgeleverd. Inderdaad: de Heilige Mis is over­geleverd. Door de onbeschrijflijke wanorde die uitge­rekend door de nieuwe liturgie van de novus ordo is ingetreden, werd precies dáár de eenheid verbroken welke tot op heden kenteken, gave en uitwerking van het Mis-gebeuren was “opdat zij allen één zijn”. Uit het éne altaar zijn veel tafels en tafeltje-dek-jes geworden.

En de Kerk gaat binnen in de eenzaamheid en de doods­angst van Gethsemane, en de apostelen sliepen en de bishoppen slapen. Misschien is dit een gelukkige om­standigheid, want wat in de slaap gebeurt hoeft men niet te verantwoorden. En de verrader nadert nu, daar zij slapen en niet bidden, met zijn helpers en beuls­knechten. “Als tegen een misdadiger zijt gij uitgetrok­ken”, “om Mij met het zwaard te vangen en te slaan”, “toen verlieten Hem alle leerlingen en vluchtten” (Mt. 25,55 v.v.). Hoeveel leerlingen, priesters, monniken, kloosterzusters vluchten, vluchten uit hun pastorieën, kloosters, tehuizen. Slechts de Kerk is alleen, met de stille verborgen., lijdende, biddende en boeiende zielen, “Toen zij Jezus gegrepen hadden, voerden ze Hem naar Caïphas de hogepriester, waar de schriftgeleerden en de oudsten zich verzameld hadden. Petrus echter volgde van verre naar het paleis van de hogepriester. En hij ging binnen en zette zich tussen de dienaren om de afloop te zien” (Mt. 26,57 v.v,).

Zo werd de Kerk voor de vergaderde hogeraad van het concilie gevoerd. En er verhieven zich vele valse ge­tuigen en aanklagers priesters en theologen, ja zelfs bisschoppen en kardinalen die de Kerk aanklaagden: zij was te zelfverzekerd te triomfalistisch, te totalitair en autoritair, te onverzoenlijk geweest. Zij had zich verbonden met het feodalisme en later met het kapitalisme; zij was een Kerk geweest van de rijken en het establishment; zij had haar geld en haar kunst, haar tijd en haar talenten verkwist met het bouwen van kostbare kerken en kloosters en paleizen; zij had de armen, de zieken, de ont-rechten, de uitge­stotenen vergeten; kortom: zij had haar door Christus gegeven zending verwaarloosd. Zij had zich aan de men­sen opgedrongen door kadavergehoorzaamheid en gewetensdwang; zij had de vrijheid van de mens beperkt, zo niet geheel vernietigd, door geboden en verboden door Index en Inquisitie en door bevrediging van haar eigen machtswellust; zij heeft het primaat van de bisschop van Rome uitgebouwd tot een geestelijke dictatuur ten koste van de collegialiteit van alle bisschoppen: zij heeft door celibaat en ordesgeloften priesters en kloosterlingen als honden aan de lijn gehouden enzovoort, haar duistere heerschappij in de wereld uit te oefenen Op deze manier werd de Kerk door haar eigen mensen aangeklaagd en er was niemand te vinden die haar verdedig­de, niemand die een goed woord liet horen voor de belas­terde – van de weinigen die dit op het concilie probeerden, verdween de stem in het lawaai der luidsprekers en het geritsel van conciliepapieren. En Petrus, dat wil zeggen de paus, volgde van verre en nu en dan ging hij in de concilie-­aula binnen en zette zich tussen de dienaren om te zien hoe het afliep.

En Petrus verloochende uit lafheid de Heer ten over­staan van een dienstmaagd. Is wellicht ook de paus niet zwak geworden en hoopte hij door toegeven aan de massa, de concilie-meerderheid, aan de tijd en aan de progres­sieven het lijden en de Passie der Kerk tegen te houden? En hij heeft deze door zijn aarzelen en toegeven slechts vergroot!

Daarover wil ik niet veel woorden spreken, want deze kwestie is zeer netelig en de Passie van de Kerk gaat intussen met onverminderde logica verder. “Toen stonden ze allen tesamen op en voerden Hem naar Pilatus. En ze vingen aan, Hem aldus te beschuldigen” (Luc, 23,1)

En er volgen dezelfde aanklachten als voor de hogeraad geuit werden. Toen Pilatus bemerkte dat Jezus als Galileër uit het machtsgebied van Herodes kwam, stuurde hij Hem naar Herodes. Op deze dag werden Pilatus en Herodes, Caiphas en Annas vrienden in hun gemeenschap­pelijke bedoeling, Jezus ten onder te brengen. Op de dag dat Joannes XXIII de titel van ‘kerk’ aan alle groepen toekende (de katholieke en orthodoxe Kerken, de grote Europese gemeenschappen, confessies en sekten) werden zij vrienden, ontstond de ‘oecumene’, was de ene Kerk prijsgegeven door een oecumene tot elke prijs. Uit deze geest en uit deze samenwerking ontstond de nieuwe liturgie, de novus ordo voor de eucharistie­viering, heeft men het Offerkarakter van de Heilige Mis ge­offerd of versluierd. Daaruit komt de opdringerige eis naar intercommunie, ontstaan de gemeenschappelijke bijbeluitgaven, de oecumenische huwelijken en huisge­zinnen en onderrichtspraktijk, ontstaat de samenraap­sel van godsdienstige onhelderheid, leugenachtigheid en karakterloosheid.

Het was gebruik, op de feestdag een veroordeelde vrij te laten. Het volk echter schreeuwde: “Weg met hem, en laat ons Barabbas vrij’ (Luc 23,18). Het uur der bevrijding uit de bevoogding door de Kerk is geslagen. Het is beter, dat deze Ene, de Kerk, te gronde ga. Weg met deze Kerk, laat ons de misdaad vrij, laat ons de moraal, laat ons de liturgie, laat ons het christen-zijn vrij!

“Luid gillend (tegen Pilatus) hielden zij aan en eisten dat Hij gekruisigd zou worden; en hun kreten wonnen het pleit” (Luc. 23,23).

Het is alsof we de woordenkramerij van de theologen hoorden, op hun leerstoelen, voor radio en televisie, in podium-gesprekken en op synodes. Het geschreeuw van de ‘contestatie’, van het oproer. Het protest heeft succes. De roep om mondigheid en godsdienstvrijheid.

En zoals Jezus aan hun wil werd opgeofferd (Luc. 23,25), zo wordt de Kerk aan hun gekrijt opgeofferd.

Vervolgens wordt de Kerk overgegeven aan de soldaten, om gegeseld en gekroond te worden. Door de publieke ergernis en schanddaden van afgevallen priesters en zusters wordt de Kerk gegeseld en met een spotmantel omhangen. Haar hoofd wordt gekroond met al die verne­deringen die wij, Katholieken, door onze trots en onze ongehoorzaamheid voor het oog van de wereld aan onze moeder, de Kerk, aandoen.

Dan eindelijk geeft men de Kerk over om gekruisigd te worden. Geseling en doornenkroning zijn niet voldoende om de wilde roes van deze wonderlijke kerkhervorming te voldoen.

De ijverige hervormers verlangen en roepen steeds om meer.

Op zoek naar nieuwe identiteit van de Kerk, naar een bij de tijd passend – maar daarmee ook aan de tijd gebonden – zelfbewustzijn van de Kerk, heeft men haar niet alleen veroordeeld, veranderd, herfunctioneerd maar ronduit verraden, prijsgegeven en geofferd. Naar de mate waarin het Offer van Christus in de Heilige Mis verdwijnt, wordt de Kerk geofferd, vervult zich het Offer van de Kerk in haar Passie.

Zij is niet langer de Kerk of hoogstens nog een kerk tussen vele, niet meer de ene en enige Kerk van Christus, de Bruid van Christus. Zij mag niet meer de alleenzalig­makende, niet langer de una sancta, catholica et apostolica (ene heilige, katholieke en aposto­lische) zijn. Dát is haar Passie, daarom gaat zij ge­heel alleen ter slachtbank.

Slechts weinigen staan vol deelneming maar machteloos naast haar kruisweg.

Dat zijn de weinige kleine groepen van verzoenend bid­denden die trachten, als Simon van Cyrene, Jezus ofwel de Kerk het kruis te helpen dragen of zij die, als Veronica met verzoenend bidden de Kerk een zweetdoek aan te bieden, de weinigen die met Maria, de moeder des Heren, de Kruisweg van de Kerk volgen; maar de offi­ciële Kerk ontbreekt. In de officiële Kerk zijn ver­zoeningsoefeningen, veertig-urengebed, aanbiddingsuren, smeekprocessies niet meer gewenst en afgeschaft.

De ambtskerk ontbreekt èn haar goed betaalde functionarissen, zelfs de bisschoppen.

Ze voerden de Kerk naar de gerechtsplaats, Toen ze op de plaats waren gekomen die Calvarië wordt genoemd, sloegen ze Hem aan het kruis, en ze verdeelden zijn klederen bij het lot (Luc, 23, 34/35).

Ook de Kerk wordt van haar klederen beroofd, de Kerk wordt van haar sieraden beroofd, van haar beelden en standbeelden, ontdaan van haar relikwieën en heiligen. De kerken worden leeg, opsmuk- en smakeloos en steeds meer verlaten, ze worden ontheiligd en geprofaneerd – want ook de Kerk moet plaatsvervangend boeten voor alle misdaden en heiligschennissen van haar trouwe­loze kinderen, voor de priesters en kloosterlingen die zich van hun gewaad ontdoen om zichzelf ook innerlijk vrij te maken en te ontwijden daar ze niet langer geroepenen willen zijn; zij moet aldus boeten voor ons tekortschieten en ons verraad.

Zij, de Kerk, mag niet meer apostolisch zijn; want ook bij haar ontbreken de opvolgers der apostelen zoals destijds de apostelen zelf bij het kruis ontbraken. Zij mag niet langer de Katholieke Kerk zijn doordat zich iedereen zijn eigen kerkje vormt naar eigen smaak, lust en luim en volgens het individuele recept: “ieder moet op zijn eigen manier zalig worden.”

Daarom hangt zij eenzaam en verlaten aan het kruis met Christus, de ene en enige en eenzame Kerk. En onder het kruis staan Maria en Johannes. Daar waar Maria staat, is ook de ene ware Kerk. En bij het kruis stond ook Johannes, de geliefde leerling. Petrus echter ontbrak onder het kruis des Heren en ook onder het kruis van de Kerk. De Kerk van Johannes, de orthodoxe Kerk, is trouw gebleven; de Kerk van Petrus, de westerse Kerk, staat niet onder het kruis.

En de Kerk sterft: zij sterft dan, als niemand meer weet wáár de Kerk is en wie de Kerk is; als de donkere nacht van een grenzeloze verwarring aanbreekt.

En de voorhang in de tempel scheurde in het ogenblik toen de Heilige Mis niet meer het Offer van Christus was en er ontstond een grote stilte toen Jezus stierf. Toen echter de Kerk mèt de Heilige Mis stierf, ontstond er overal groot lawaai, gezwam en gepraat in onze kerken en een ijverig tumult.

Passie der Kerk: de Kerk moet alle fasen van de Passie des Heren doorlijden en doorsterven Ook zij wordt door haar eigen zonen en dochters aan het kruis genageld, zij wordt bespot en gehoond: “Als gij de Kerk van Christus zijt, kom dan van het kruis af, roep Uw Christus aan dat Hij U helpe en we willen zien of Hij komt en U van Uw schande bevrijdt en dan zullen we geloven.”

En als de Kerk sterft, als het dieptepunt van haar smaad en haar lijden bereikt zal zijn, dan breekt een diepe verduistering over de hele mensheid aan, de aarde zelf zal de boosdoeners verslinden en een heiden, misschien een communist, zal met een lans de zijde van de Kerk openen en het erbarmen en de liefde van haar Bruidegom Christus beginnen weer te vloeien en de hele mensheid zal erkennen en belijden: “Gij zijt de Kerk van Christus”.

En de nieuwe grote Paasmorgen zal aanbreken waarop de Kerk van Petrus en die van Johannes samen naar het Graf ijlen om de vrede van de Paasmorgen te ontvangen.

En dan zal er nog slechts één Herder zijn en één kudde, nog slechts één Kerk, nl die uit de Passie van de Verlosser en uit de Passie van de Kerk: de kleine, trouwe, gelovige schare.

Om te sluiten met het woord van Sint Paulus aan die van Ephese:

“In HEM naderen wij, door het geloof in Hem vrijmoedig en vol vertrouwen. Daarom bid ik U, dat gij de moed niet verliest door mijn wederwaardigheden terwille van U; want daarin juist ligt Uw roem” (Eph. 3,12,13).

—————————————-

Uit Mededelingenbulletin van het Michaëllegioen, juni 1976, waarin ze werd opgenomen met toestemming van de CH. -Saka (Sammlung Glaubenstreuer Katholieken in der Schweiz).

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.