Pater Vernooy 60 jaar priester

Ter herinnering aan de laatste onder Paus Pius XII gewijde, niet-afvallige, ware offerpriester in Nederland

een vraaggesprek

 

20160103_121708

Pater Vernooy in de koffiekamer van de Kerk van het Heilig Altaarsacrament in Oldenzaal

– Eerwaarde pater, laten we even beginnen met een korte biografie. Wanneer bent u geboren?

– Ik ben geboren op 30 december 1925, in het Utrechtse dorp Cothen.

1200px-De_Sint-Petrus_en_Pauluskerk_in_Cothen

Cothen, Utrecht, de Sint Petrus en Pauluskerk, waar pater Vernooy gedoopt werd

– En wanneer wilde u priester worden?

Nou, ik kom uit een groot gezin, en daar bepaalt vaak de sfeer wie van de zonen priester gaat worden, dat ging zo toen. Je had toen ook veel misdienaars, en die kregen propaganda, en bij mij viel toen de keuze op de Witte Paters. Dat was op de lagere school. Ik kreeg daar nog bijles, van meester Van Groningen.

2018-04-09 12.20.17

1933 – Cothen, Utrecht, het gezin Vernooy voor de boerderij. Vader, moeder en 13 kinderen

Toen ging ik naar het kleinseminarie in een dorpje onder Eindhoven, Sterksel, het Pauluscollege. Het was 1940, net na de inval, ik was toen 15 jaar.

image019

1940 – Pauluscollege, Sterksel

Daarna volgde ik het grootseminarie. Eerst het philosophicum, in Boxtel. Ik ging erheen in 1949, wat later, want de oorlog zat ertussen, in ’44-’45,toen was alles dicht. Ik ben toen in mei ’45 naar Utrecht gegaan, naar het Militaire Gezag, want je moest een pas hebben om door de linies naar het zuiden te kunnen. Er waren toen evacués die teruggingen naar huis, en met hen ben ik meegereden. We gingen door de Betuwe, daar zag je die dode koeien liggen die gesneuveld waren, en kapotte tanks. Dan keek ik eens in zo’n Duitse tank, sjonge, dat waren toch geweldige machines. Toen kwam ik weer terug in Boxtel, was ik de eerste! Ze zeiden: “Wat doe jíj hier, wat kom jíj hier doen!?” “Leren! Studeren!” Ja, ik dacht dat alles weer volop liep, maar nee, niet daarvan,hoor.

a7ec08a8eaf2288837d67df8f1f5ee8ed744767e34e0ed0042501256d6e537e6

1949 – Philosophicum St. Charles, Boxtel, gesloopt voor aanleg van de A2

Daarna het theologicum, St-Bonifatius, in ‘s-Heerenberg. Dat is veel in het nieuws geweest, het gebouw bestaat nog, het is gekocht door de Salesianen, in de tijd dat de afval al begonnen was. Het beeld staat er ook nog, en ik had een kamer net boven dat beeld.

download

– Vandaar dat u hier in Nederland missioneert!

– Op het grootseminarie had je toen de studie dogmatiek (Tanqueray) en moraal (Noldin). Aan het einde, kort voor de wijding, kwam pas de Liturgie, rituelen en rubrieken van de Mis. Nu, achteraf gezien, zou het beter zijn geweest als de theologie van het H. Misoffer in het eerste jaar zou worden behandeld, met daarbij de studie van het Latijn en de Liturgie. Dat zou zeer zeker de motivatie en verdieping van de priesterroeping hebben bevorderd. Maar ja, dat is achteraf gepraat.

Het theologicum was toen – en dan praat ik over begin jaren vijftig van de vorige eeuw – een internationaal instituut voor opleiding van missionarissen voor Afrika. Daar kwamen ze rechtstreeks uit de krijgsgevangenkampen van de Sovjet-Unie, uit Engeland, Schotland, Ierland, Frankrijk, Spanje, Malta, België en dan ook nog Nederland. Die moesten allemaal Engels spreken. Dat was voor die tijd zo kort na de tweede wereldoorlog volstrekt uniek. De bovenverdieping was de afdeling van de Filosofie, de wijsbegeerte. Misschien daarom? Dan had je het Scholasticaat. Zo heette dat toen, omdat daar de Scholastieke Theologie van Thomas van Aquino werd gedoceerd. Dan, in een andere zijvleugel had je het Noviciaat. Het gebouw zat tot de nok vol. Het beeld van St.- Bonifacius staat er nog. Ik had een kamer vlak daaronder .

download (1)
Beeld van St. Bonifatius boven de ingangspoort in ‘s-Heerenberg, boven het raam van pater Vernooys kamer
En toen, in 1953 naar Engeland voor het laatste jaar voorafgaande aan de wijding en tevens als voorbereiding op toekomstig werkgebied in een Britse kolonie. Bij aankomst in de haven van Harwich werd er streng gecontroleerd op wat er van het Continent binnen kwam. Vooral Nederlanders, die dreven blijkbaar smokkelhandel in tabaksartikelen, zoals Nederlandse sigaren – die stonden in Engeland in goede geur. Ik werd door de douane eruit gepikt en moest mijn koffer openmaken. De blik van de douanier viel verheugd op een doosje Willem II. Hij had gedacht die avond thuis bij moeder de vrouw een heerlijk Willem II sigaartje te roken. Maar bij opening van het doosje vond hij slechts wat naaigerei, knopen en naalden en garen voor het verstellen van mijn kleren. Wat een teleurstelling!

Daar, in Schotland, ben ik 10 juni 1954 in de parochiekerk van Galashiels priester gewijd. Wij waren een groep van ongeveer twintig ordinandi. Dit is nu 60 jaar geleden. Het was ook nog mijn moeders verjaardag. Vandaar dat ik dit bij mijn jubileum wil vieren met haar in de Hemel.

Exterior_small

Kerk van Onze Lieve Vrouw en Sint Andrea, Galashiels, Schotland

Kennissen van mij zijn later nog eens in mijn wijdingskerk gaan kijken.

Thuis ben ik natuurlijk ingehaald, en heb ik mijn eerste H. Mis gedaan.

In 1955 ben ik naar de missie gegaan. Ik ging naar wat toen nog Nyassaland heette, maar in 1963 is het omgedoopt in het huidige Malawi.

Ik heb de taal daar leren spreken, het Cichewa. Ze spreken ook Engels. Ik werd benoemd in de Mua Parish, in Mua. Het is de oudste missiepost van de Witte Paters in Malawi, gesticht in 1902.

 

Screenshot_2018-04-09-12-33-27

Prentje ter gelegenheid van pater Vernooys vertrek naar de missie

In 1964 kwam ik voor de eerste keer met verlof thuis in mijn geboortedrop Cothen. De volgende morgen 7 uur ging ik naar de kerk om mijn H. Mis te lezen. Ik kwam voor een gesloten kerkdeur te staan en rammelde aan de deur. Daar ging een bovenraam van de pastorie open en de pastoor stak zijn hoofd naar buiten en zei: ‘Wat kom jij zo vroeg hier doen?’ Ik zei: ‘Ik kom mijn Mis lezen.’ ‘Oh, maar daar doen we niet meer aan. Kom maar om 10 uur terug en dan kun je mee concelebreren. En zo ben ik de Novus Ordo ingewijd lang voor 1969, toen deze definitief een feit werd.’

Ik ben in 1978 naar Almelo gegaan door een pastoor uit Langeveen, die ik kende, pastoor Jansen. Daar ben ik gaan werken voor het justitiepastoraat en voor een ziekenhuis. Daar heb ik zo’n jaar of 12 gewerkt. Het was hard werken, een collega kon niet meer vanwege een hartkwaal, en die humanistische raadsman en de dominee, die kon je ’s nachts niet oproepen. Dus ik kon ’s nachts altijd geroepen worden. Af en toe kwam ik bij het sterfbed van protestanten. De oecumene was daar al doorgevoerd.

– Had u niet door dat er wat mis ging?

Aanvankelijk niet nee. Je wordt meegezogen. Iedereen doet het. Je verwachtte niet dat ze van boven verkeerde dingen zouden voorschrijven. En de gedachte aan de bovennatuurlijke orde was helemaal weg, ook bij mij.

download (2)

1968 – Mua Parochie in Malawi. Hier was pater Vernooy enkele jaren pastoor.

Tót 2007. Toen kwam er een kentering. Dat wil zeggen: er kwam een woord dat mij wakker schudde: voorgaan. Nou ja… Toen dacht ik werkelijk: dat klopt niet. Ik had een krant, Trouw, en daar zag ik dat woord voorgaan telkens als een dominee voorging. Dat woord klinkt protestants. Ik ging toen nadenken, en ik vroeg aan een emiritus-pastoor, pastoor Schoorlemmer, ik zeg: ‘Bertus, wat vind je van wat kardinaal Simonis zegt, dat de Mis een viering is waarin de gelovigen celebreren, en de priester is daarin alleen de voorganger? ‘Ja,’zei hij, ‘ja, dat moet maar zo, dat is toch van het concilie.’Die man had helemaal geen benul. En toch was hij een goede priester! En ouderwets! Ik kon hem niet overtuigen.

In die tijd moesten alle priesters ook op het decanaat komen. De deken legde toen uit dat de H. Mis een gemeenschapsviering was, en dat alle gelovigen de priesters waren. Er was een van hen die voltijds priester was, en die ging voor in het gebed. Ik luisterde zo eens en dacht bij mezelf: Goh, jong dekentje, zou je niet bij de ouderen te rade gaan hoe het zit? Ik ben daar weggelopen.

Ik dacht er verder over na. Ik stond op de assistentielijst, en toen had ik in maart een keer de beurt. In de preek ben ik van leer getrokken tegen alles wat daar vooraan gebeurde. De misbruiken in de liturgie, dat daar jongens en meisjes de hosties gaan uitdelen, en zo.

Iedereen was stomverbaasd. Wat had ik daar allemaal over te vertellen, wat dacht ik wel? De handcommunie, dat was toch goed? Er gingen telefoontjes naar de pastoor in Tubbergen, Hans Pauw, die nu vicaris is en overal vormend rondgaat als bisschop. Vrijdagsavonds belde hij op, en vroeg of ik thuis was, of hij even bij me kon komen. Hij zou om acht uur komen, ik dacht voor een glaasje wijn of zo, en een babbeltje. Ik zette vast een fles wijn neer, en een glas. Toen kwam die binnen, ik zeg: wil je een glas wijn? Nee, zegt hij, geef maar een glas water. (Pater lacht eerst half, dan voluit.) En plompverloren zei hij: ‘Vanaf heden ben je met onmiddellijke ingang van alle assistentie af.’ Ik zei: ‘Zo?’ Geen uitleg of wat dan ook. Hij stapte op en ging weg.

Ik had toen nog wel mijn werk in de polder, in Dronten, maar dat was allemaal Novus Ordo werk, natuurlijk. Maar er was een groep van katholieken in Lelystad, die het helemaal niet eens was met de gang van zaken, die pastorale werkers, die daar liturgie vierden. Toen hebben ze een brandweerkazerne gehuurd voor de zondag, om daar dan eucharistievieringen te hebben die er nog wat op leken. Daar ben ik een poosje voorgegaan, stond ik tussen de brandweerwagens.. (Pater lacht hartelijk.)

Met de leider van die groep heb ik nog wel contact. Maar de groep werd opgeheven omdat in Emmeloord een pastoor kwam – een bekeerling uit het protestantisme, hij was dominee geweest. Maar het was natuurlijk allemaal Novus Ordo.

download (3)

Vroegere timmerschool van de missiepost in Mua, nu het Ku Mbewu Centrum voor Familie-ontwikkeling

Op een gegeven moment kwam er een delegatie uit Zwartemeer. Ze hadden een afspraak gemaakt. Mijn hospes zag ze en vroeg: ‘Wat zijn dat voor mensen, het zijn net struikrovers?’ Ik zei dat hij ze maar moest binnen laten. Ze kwamen vragen of ik in Zwartemeer, in de Antoniuskerk, de Latijnse Hoogmis wilde opdragen.

Ik zei: ‘Daar vraag je me wat. Dat is zelfs verboden! Hoe komen jullie erbij? Hoe komen jullie aan mijn adres?’ Ze bleken een telefoontje te hebben gehad uit Venlo, van ene mevrouw Hubers, die kwam wel in Banneux. Ik kwam daar ook wel eens, met een groep uit Rotterdam. Zij had hun gezegd: ‘Bij hem moet je zijn. Die moet je maar vragen. Die doet dat wel, dat is een echte priester.’

Ik zie dat ik het niet zo goed wist, dat ik er eens goed over moest nadenken. Dat was in 2007, januari, februari.

Ik had nog het altaarmissaal van Quo Primum, van de H. Pius V. Dat had ik uit de gevangenis meegenomen, toen ik daar wegging.

230px-Quo_Primum_tempore

(Quo Primum is de bepaling van de H. Paus Pius IV dat in de Rooms-Katholieke Kerk nooit een andere H. Mis gelezen mag worden dan de H. Mis die hij op last van het Concilie van Trente heeft opgesteld, en die teruggaat op de H. Missen zoals die de laatste eeuwen in Rome werden gelezen, zonder protestantse ketterijen erin. De modernisten hebben deze bepaling aan hun laars gelapt toen zij na hun zogenaamde Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) de Novus Ordo ‘mis’ invoerden en het voortgaan met de H. Mis van de H. Pius IV niet verboden – want dat konden zij niet -, maar de celebratie ervan verhinderden.)

Dat missaal lag nog in de boekenkast. Ik heb het ter hand genomen… – en toen ontdekte ik weer wat ik vroeger geleerd had, op het seminarie. Dat kwam allemaal weer terug, al die teksten, de ordo missae, ik vond het prachtig. Toen heb ik op … maart 2007 de Heilige Mis gelezen in Zwartemeer. Voor een volle kerk!

Op het laatst van de H. Mis, bij het Laatste Evangelie – dat ik nu wel uit mijn hoofd ken, – zag ik ineens een heel grote zaal, met prachtige gouden luchters, en een tafel, en ik zag in de linkerhoek van die zaal een zwarte gedaante wegvluchten. En ik hoorde een doffe stem, op de achtergrond: ‘Dit mag je niet meer loslaten.’ Ik zal het nooit vergeten. Toen kreeg ik een gevoel: er is iets gebeurd dat niet klopt…

Ik ging naar huis en ik dacht bij mezelf: hoe kan dat nou? Thuis ben ik naar boven gegaan, en daar heb ik zitten zoeken naar antwoorden hoe dat kon gebeuren, die verwoesting, die zelfvernietiging. Ik heb het nu wel allemaal op een rijtje.

download (4)

De H. Antoniuskerk te Zwartemeer

Sindsdien heb ik nóóit ook maar één dag overgeslagen, nooit meer. Iedere dag het H. Misoffer. De dagelijkse H. Mis is een goddelijk bevel! Zoals in het Oude Testament, daar eiste God elke dag het Offer. Er was een heel leger priesters voor, ze stonden klaar om om de beurt het Offer te brengen.

Dat is heel belangrijk voor deze tijd!

Dat ik de H. Mis las van de Traditie verspreidde zich als een lopend vuurtje. Enkele vrouwen kwamen naar de privé-kapel waar ik elke dag de H. Mis lees. Ik vroeg ze: ‘Waarom komen jullie hier, wat zoeken jullie hier?’ ‘Ja, we willen hier de echte H. Mis bijwonen.’ ‘Nou ja, kan je dat dan niet ook in andere parochies, in andere kerken?’ ‘Ja, maar u bent nog een priester van de goede wijding.’ ‘Ik zeg wat? Zijn die anderen dan niet echt gewijd?’ ‘Nee, die zijn van de moderne wijdingen, die zijn niet geldig gewijd.’ Toen schrok ik. Ik had gedacht dat het allemaal hetzelfde was. Maar dat is niet zo… Dat was ook weer een vraag waar ik zelf het antwoord op moest vinden.

Toen nam iemand me mee naar hier, om eens hier te kijken. Ik vond het wel een mooie kerk. En zo ben ik hier terecht gekomen.

– Toen u de Mis deed in Zwartemeer, hoe reageerde toen de bisschop, of uw congregatie?

– Helemaal niet! Niets! Het werd gewoon doodgezwegen. Ik kon het ze ook niet meedelen. Dan krijg je meteen nul op het rekest. Je moet in deze gewoon doen wat je geweten zegt. De congregatie weet het wel, maar die vindt het maar niets. Ik heb ze dat boek van Arminjon gestuurd, Het Einde Van De Huidige Wereld En De Geheimen Van Het Toekomstige Leven. Met al die mooie kleurplaten erin, en een foto van onze stichter, Kardinaal Lavigerie. Arminjon was bevriend met Kardiaanl Lavigerie. Ze zouden het lezen. Maat ja, die zijn allemaal Novus Ordo. Dialoog! De nieuwe missie is allemaal dialoog: Ik ben OK, jij bent OK.[1] We hebben geen verkondiging. In het blad van mijn congregatie staat het duidelijk te lezen: ‘Het evangelie verkondigen is naar de armen toegaan. De armen vertellen óns het evangelie. Wij luisteren. De arme is Christus, Hij leert óns.’

De bovennatuurlijke orde is helemaal weggegaan.

In Zwartemeer ga ik een oproep maken, met het bestuur van de kerk, in de plaatselijke kranten van Zuid-Oost-Drente: ‘Katholieken van Zuid-Oost-Drente, keer terug tot de Moederkerk.’ Dat woord, Moederkerk, dát is het. Niet de conciliekerk, de Moederkerk. De conciliekerk heeft de bruidsjurk van moeder aangetrokken (de liturgie), en gaat de straat op om met iedereen gemeenschap te zoeken. Helemaal zoals het in het Oude Testament gebeurde. De joden gingen zich prostitueren met heidense volkeren. Het was toen ook al zo. En het werd door de profeten bestempeld als overspel.

Vm_Geref.kerk_opname_ca.2000_G.Bennink

Kerk van Het Heilig Altaarsacrament, Oldenzaal

– En als u nu niet in Zwartemeer bent of Oldenzaal, waar doet in u dan de H. Mis?

– In mijn eigen kapel, in Geesteren. Toegewijd aan Maria, Zetel der Wijsheid. Zelf gebouwd. Het heeft me een paar honderd euro gekost. (Pater lacht voluit.) Het had eigenlijk een ponystal moeten zijn, maar de timmerman die mij hielp zei: ‘Daar komt toch geen pony inzitten. Die zijn altijd buiten, zelfs in de sneeuw. Toen zei ik: ‘Laten we er maar iets anders van maken.’En toen kwam er in één keer uit: ‘… Een kapelletje.’

Toen kwam mijn hospita thuis van haar werk, en ze ging het gebouwtje eens inspecteren. Ze zei: ‘Jan, daar moet een deur komen om de mest weg te halen.’ De timmerman zei dat ze het maar aan de pater moest vragen. Toen zei ik haar dat het geen stal werd, maar een kerkje. Daar kon ze niets tegen inbrengen!

centra1a

Altaar van de kerk in Oldenzaal

– U wilt uw jubileumdag het motto meegeven Het Priesterschap Van Boven. Wat steekt daarachter? Wat is daar zo belangrijk aan?

– Die naam ik gekozen om aan te geven dat er een tegenstelling is. Enerzijds het priesterschap van beneden, wat niets anders is dan: voorgaan. En die voorgangers noemen zich priesters. Maar ze zijn het niet. Dat komt ook tot uitdrukking in de wijding. In de oude ritus zegt de priester tot de ordinarius: Ontvang de macht om het Heilig Offer op te dragen voor de levenden en overledenen. Terwijl bij de moderne ritus tegen de voorganger gezegd wordt: Predik het evangelie en ga voor in de eucharistie van de gelovigen. Dat is heel iets anders. En dat is het grote verschil.

De H. Mis is het offer van Abel, van het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, van het offer van Abraham, dat een voorafbeelding is van het offer van Christus. Het andere, de Novus Ordo, is het offer van Kain, van de vruchten der aarde en van het werk van mensenhanden, het offer dat God niet welgevalig was.

– Waardoor is dat besef verdwenen? De mensen weten dat niet, ze beseffen het niet, dat het ware offer de Mis is van Paus Pius V, en ze zien niet dat deze mis helemaal geen offer is. Of dat de nieuwe priesters helemaal geen offerpriesters zijn.

– Dat komt door het concilie. Daar is een andere kerk gesticht, de conciliekerk. Kardinaal Benelli noemt ze zelf zo. Een oecumenische conciliekerk, waar alle godsdiensten gelijk zijn. Dus niet langer is de Katholieke Kerk de enige ware Kerk, alle godsdiensten zijn goed. In alle godsdiensten kun je zalig worden. Het is niet langer zo dat buiten de Katholieke Kerk geen heil is, nee, iedereen is al verlost bij de geboorte van Christus. Je hoeft niet meer gedoopt te worden, of de sacramenten te ontvangen, iedereen is verlost.

Maar dat kan niet. De concilies werden in het verleden bijeengeroepen om misstanden en ketterijen te veroordelen. Toen Pius XII overleed waren de ketterijen al veroordeeld. Daar was geen concilie voor nodig. Pius XII en de voorgaande pausen hadden het communisme al stevig veroordeeld, dus waar was dan dat concilie voor nodig? Het had niet mogen gebeuren. Dat concilie is gepland door krachten die niet van God zijn. Het ging niet van de H. Geest uit. ‘Paus Johannes XXIII werd gekozen door krachten die aan de H. Geest vreemd zijn, ‘ zei de secretaris van het conclaaf, kardinaal Villot, later in een vraaggesprek.

– Heeft u nog een laatste woord dat u wilt zeggen, aan het eind?

– Wat ik zou willen zeggen is: dat de katholieken die nog denken dat ze katholiek zijn wakker worden, en dat ze terugkeren naar de Moederkerk. Waar de echte Sacramenten zijn, en het H. Misoffer van genade en Waarheid!

Screenshot_2018-04-09-13-15-54

Groep voorstellende de Witte Paters, in het Camamare Museum voor Etnografie / Kungoni Centrum voor Cultuur en Kunst, Mua Parish, Mua, Malawi

Het Agatha Christie Indult

Religion, Mr. Poirot, can be a great help and sustenance – but by that I mean orthodox religion’ [2]

Agatha Christie, The Labours of Hercules, 1947

‘Ah, Agatha Christie’, dat zouden volgens de overlevering de woorden zijn geweest die uit de mond van paus Paulus VI vloeiden, terwijl hij zijn goedkeuring gaf voor de instandhouding van de Tridentijnse Mis in delen van Engeland en Wales in 1971. Kort ervoor had hij, als hoofd van de Rooms-katholieke Kerk, deze vorm van Misviering vervangen door zijn eigen Nieuwe Misorde, de Novo Ordo Missae. Agatha Christie, een van de populairste en meest prominent aanwezige Britse auteurs van de vorige eeuw, ondertekende in 1971, samen met vooraanstaande personen uit de wereld van de literatuur, kunst en wetenschap, een petitie die zou leiden tot een Indult, een bijzondere pauselijke dispensatie, om de traditionele Latijnse Mis te kunnen blijven vieren op gezette tijden. Onder hen waren onder meer de kunsthistoricus en televisie-persoonlijkheid Kenneth Clark, de Anglicaanse bisschoppen van Ripon en Exeter, dichter en schrijver Robert Graves, beeldhouwster Barbara Hepworth en auteur Graham Greene. Een bont gezelschap, dat uit zowel belijdend Katholieken en ‘Cradle Catholics’, als uit Anglicanen, Joden en zelfs atheïsten bestond.

Dit gemêleerde gezelschap wilde de Mis niet behouden vanwege de godsdienstige waarde die deze voor de ondertekenaars had gehad, zoals wel werd gedaan door conservatieven binnen de Romeinse Curie en de Rooms-katholieke wereldkerk. Voor het eerst in de geschiedenis werd de nadruk gelegd op de waarde van de Tridentijnse Mis voor de kunsten, zoals de ondertekenaars het zelf verwoordden:

Agatha Christie:

‘the rite in question, in its magnificent Latin text, has also inspired a host of pricelessachievements in the arts not only mystical works, but works by poets, philosophers, musicians, architects, painters and sculptors in all countries and epochs. Thus, it belongs to universal culture as well as to churchmen and formal Christians.’[3]

Wonder boven wonder gaf paus Paulus VI toe. Hij vaardigde een indult uit, dat alleen gold voor delen van Engeland en Wales. Dit indult, dat in de Engelse media de naam van de meest voorname ondertekenaar meekreeg en de geschiedenis inging als het Agatha Christie Indult, is een uitzondering in de geschiedenis van de Rooms-katholieke Kerk in de twintigste eeuw. Pausen geven zelden toe aan een petitie zoals de Engelse van 1971, en worden wegens het dogma van de onfeilbaarheid zelden of nooit in twijfel getrokken…[4]

aswoensdag 2017

Pater Vernooy op het toegangspad naar zijn kapelletje, Aswoensdag 2017, het jaar waarin hij stierf

[1] Geruchtmakend Amerikaans cult- en kulboek uit de jaren ’70, waarin de psychiater T. Harris uitlegt hoe je ‘vrij’ kunt worden. Internationale bestseller.

[2] Godsdienst, Meneer Poirot, kan een grote hulp en steun zijn – maar daarmee bedoel ik wél orthodoxe godsdienst!

[3] De bedoelde ritus, in zijn schitterende Latijnse tekst, heeft ook talrijke onschatbaar waardevolle kunstwerken geïnspireerd, niet alleen mystieke werken, maar ook werken van dichters, filosofen, musici, architecten, schilders en beeldhouwers in alle landen en tijden. Zodoende behoort het toe aan de wereldcultuur, net zo goed als aan mensen van de kerk en formele Christenen.

[4] Uit: ‘… but by that I mean orthodox religion’, Het Agatha Christie indult (1971) en het Proto-erfgoeddebat, Martijn Pijnenburg, Universiteit Utrecht, juni 2010

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.