Wat is de katholieke houding ten opzichte van Vaticanum II?

De Franse priester H. Belmont werd priester gewijd door Mgr. Lefebvre. Hij heeft afstand genomen van de conciliekerk en gaat voort het éne, onveranderlijke Rooms-Katholieke geloof te belijden. Hij schreef een zeer behartigenswaardige tekst over de enige mogelijkheid die het Katholieke geloof biedt inzake Vaticanum II: volledige verwerping.
1.  Vaticanum II is een volgens de regels samengeroepen concilie. Het is dus een samenkomst van de lerende Kerk in heel haar omvang en, uit dien hoofde onderwijst het onfeilbaar de waarheden die God in de Heilig Schrift en in de Apostolische Overlevering heeft geopenbaard, evenals elke andere waarheid die noodzakelijk is om de geopenbaarde geloofsschat te kennen, zekerheid erover te hebben, ze te begrijpen of juist toe te passen.
2.  Welnu, Vaticanum II heeft de facto leerstellingen onderwezen die tegengesteld zijn aan de leerstellingen die voordien onfeilbaar onderwezen zijn door de heilige katholieke Kerk, of die daar onverenigbaar mee zijn.
3.  Deze leerstellingen zijn vreemd aan het Katholieke geloof. Ze zijn niet beperkt tot enkele afzonderlijke ideeën, maar vormen een samenhangend geheel. Zij brengen een totale liturgische hervorming met zich mee, zij inspireren tot nieuwe praktijken, zij verspreiden een nieuwe geestesgesteldheid. Het geheel komt voor als een nieuwe godsdienst, die tegelijkertijd vaag herinnert aan de Katholieke godsdienst, en tegelijkertijd een diepe breuk is, die de geest van geloof vernietigd heeft en de eredienst voor God ontheiligd.
4.  Hoe kan een Katholieke gelovige – en dat is zijn diepste natuur en zijn meest directe plicht – geconfronteerd met zulke feiten het katholiek geloof volledig en in zijn geheel beoefenen, zonder dat hij iets ervan afneemt, verdraait, overdrijft ?
5.  Laten we om te beginnen de pretenties, de drogredenen, de fantasievolle oplossingen weghalen die niet met de feiten kloppen, noch met de leer: ‘Vaticanum II heeft zich “pastoraal” genoemd…’ ‘De beslissing van Johannes XXIII werd in haast genomen…’ ‘Zijn oproep was heel onvoorzichtig…’ ‘De inaugurele rede is zeer zorgwekkend met zijn aanval op de onheilsprofeten en met zijn vaste wil niet meer te veroordelen…’ ‘De tussenkomst van kardinaal Liénart, die de voorbereiding en het voorstel van groepen volgens vooraf vastgestelde lijsten verwierp, was een echte staatsgreep…’ – al deze ondoordachte, tot vervelens toe herhaalde redenen om de wettigheid (en onfeilbaarheid) van Vaticanum II te ontkennen houden geen stand tegen een onderzoek dat steunt op de aard van de zaak, en niet op gevoelens of omstandigheden. Wij moeten ons licht elders opsteken…
6.  Dit elders kan, met het oog op de katholieke leer, nergens anders zijn dan bij het pauselijk gezag. Want de Paus is de meester van het Concilie en de bron van de autoriteit ervan. Het is de samenroeping door de Paus en zijn goedkeuring van de decreten die aan deze decreten de waarde geven van daden van het opperste leergezag van de Kerk, met heel de onfeilbare autoriteit die daar aan vastzit. Niets kan daar iets aan veranderen, intern gesjoemel niet, noch uiterlijke omstandigheden.
7.  Dan verschijnt het probleem in heel zijn omvang en scherpte, en zitten wij tussen de wal en het schip. Van de ene kant: als je Vaticanum II aanneemt, met al wat het in zijn zog meesleurt, dan belijd je leerpunten die eerder veroordeeld zijn en die haaks staan op de altijddurende leer van de Kerk. Dan gebruik je een liturgie doortrokken van protestantisme, dan stel je je bloot aan het verliezen van het katholieke geloof, zoals meer of minder zichtbaar gebeurd is met zoveel arme drommels.
Aan de andere kant, als je de verdachte nieuwigheden van Vaticanum II en al wat het in zijn zog meesleurt afwijst, dan ontken je de onfeilbaarheid van het kerkelijke leergezag, ontken je dat kerkelijke wetten geen schade kunnen toebrengen, ontken je de sacramentele en hiërarchische eenheid van de Kerk, en betwist je de directe rechtsmacht van de Paus over elke gelovige. Conclusie: dan kom je tot net zo veel en even erge dwalingen als die je wilde ontvluchten.
8.  De enige weg om aan dit dilemma te ontsnappen, is zowel inwendig in ons oordeel als uitwendig in ons handelen te beseffen dat Paulus VI – met al zijn navolgers – verstoken is van alle pauselijke gezag, of anders gezegd, dat zij geen Pausen zijn. Hiertoe ben je wel gedwongen om de integriteit van de leer volledig te bewaren, en de verkeerde, aanstootgevende en verdachte nieuwigheden serieus te verwerpen. Maar zitten wij daar niet alweer in een nieuw slop, onaanvaardbaar voor een katholiek?
9.  Want we zijn nog niet aan het einde van onze exercitie. Het pausschap – het feit dat deze bepaalde mens Paus is, de Pontifex maximus, de plaatsbekleder van Jezus Christus, de geldige opvolger van de heilige Petrus, het zichtbare hoofd van de heilige Katholieke Kerk – dit feit dus wordt niet aan het vrije oordeel van iedereen overgelaten. Het is niet eens een kwestie van opinie: het is een kwestie van een dogmatisch feit. Zo’n feit is een contingent feit (een feit dat ook niet zou kunnen hebben bestaan), maar een feit dat valt onder het licht van het geloof, omdat het noodzakelijke verbonden is met de beoefening van het geloof. En wel het volgende verband: de Paus is de levende en naaste regel van het katholieke geloof, de opperste bezitter van de volheid der macht van het leergezag, de bron van het universele leergezag van de Kerk van Jezus Christus.
10.  Hoe kunnen wij dan oordelen dat Paulus VI en zijn opvolgers geen Paus zijn? Hoe kunnen wij dat doen zonder een dogmatisch feit te ontkennen? Zonder het licht van het geloof te doden? Zonder, anderzijds, in een derde soort dwaling te vallen? Hoe kunnen wij een volledige, aan anderen overdraagbare zekerheid brengen, een licht brengen dat in verhouding staat tot dit oordeel, dat ingaat tegen de feitelijke, universele en onmiddellijke constatering? Hoe kan deze ontkenning op en top katholiek zijn ?
11.  Het antwoord is eenvoudig: het ís geen oordeel, zelfs als het niet anders kan worden uitgesproken dan in de vorm van een oordeel. Wij staan feitelijk voor de strikte onmogelijkheid het katholieke geloof te beoefenen, dat ons krachtig verplicht om vooral niet in te stemmen met, of juist wel een aanhanger te zijn van, deze constatering, die tóch lijkt overeen te komen met de waarneembare werkelijkheid: Paulus VI (of zijn opvolgers) is Jezus Christus’ plaatsbekleder, hij is de Paus van de Heilige Kerk. Dus het is onmogelijk tegelijkertijd in te stemmen én met het gehele katholiek geloof én het pauselijk gezag van Paulus VI (en zijn opvolgers) te erkennen. Ofwel wij ontkennen wat Vaticaan II ontkent of afbreekt of in twijfel trekt, ofwel wij ontkennen de onfeilbaarheid van de Kerk en de voorrechten van de Paus. Wij kunnen niet het ene omwille van het andere opofferen.
12.  Wij moeten dus twee belangrijke preciseringen aanbrengen. Het pausschap van deze of die persoon is in zich een dogmatisch feit. Maar…
a)  het moet vooraf een openbaar vastgesteld en erkend feit zijn (natuurlijk !); niet alleen wereldlijk erkend, maar uitdrukkelijk erkend in die zin dat de gelovigen iemand moeten aanhangen die erkend is als Paus, als levende en naaste regel van het katholiek geloof, als houder van de opperste en directe rechtsmacht over het lichaam van de Katholieke Kerk;
b)  het Katholiek geloof, nauwgezet beoefend, mag deze instemming niet radicaal beletten.
13.  Om dat alles te kunnen vaststellen, nemen wij niet de toevlucht tot theologische studies die over het geval van een ketterse Paus gemaakt zijn. Die studies zijn van de hand van kerkgeleerden (Heilige Robertus Bellarminus, Heilige Alfonsus van Liguori) of grote theologen (Cajetanus, Garrigou-Lagrange), en dat maakt het onmogelijk hen die daaraan waarde hechten te beschouwen als schismatiek of schandalig.
Zo’n toevlucht stuit toch op twee beletselen, die onoverkomelijk blijken in de tegenwoordig toestand:
a)  deze studies ontvouwen leerstellingen die door de katholieke Kerk zijn toegelaten, maar die zij niet belijdt; ze kunnen dus geen conclusie opleveren die een evenredige zekerheid biedt om wat zich voordoet als een dogmatisch feit te ontkennen ;
b)  formele ketterij vaststellen is lastig, zowel wegens het (medeplichtig) zwijgen van de gezamenlijke bisschoppen, als wegens de gevolgen van het modernisme voor het verstand.
14.  Wij moeten hetzelfde zeggen over in de tegenwoordige situatie grijpen naar het boek Apocalyps. Het is niet afgrijselijk, noch schismatiek, te beweren dat wij de tijd meemaken van de grote verleidelijke afvalligheid, maar ook hier is het nog niet de heilige Kerk zelf die deze woorden toepast. Er is geen evenredige zekerheid.
15.  De sleutel van het probleem is aangegeven door Pius XII in zijn Encycliek Mystici Corporis: ‘De goddelijke Verlosser bestuurt Zijn mystiek lichaam zichtbaar en gewoonlijk door middel van Zijn plaatsbekleder op aarde.’
Het hoofd van de katholieke Kerk is Jezus Christus. De Paus is soeverein ten opzichte van het Lichaam van de Kerk en van ieder van ons, maar hij is Plaatsbekleder ten opzichte van Jezus Christus, van Wie hij zijn hele autoriteit heeft.
Welnu, sinds Vaticanum II is, zichtbaar en gewoonlijk, het bestuur van hen die de apostolische opvolging bezitten niet, en niet meer, het bestuur van Jezus Christus. Dit zware beschuldiging gaat terug op het vroegere, zekere en onveranderlijke onderwijs van de Kerk, en niet aan eender welke geest van opstand tegen de instelling, of van verbittering tegen personen.
Bedekt door een waanzinnige woordenvloed – typisch een beproefde truc van het modernisme – is er een geheel dat vreemd is aan de katholieke leer:
–– het mysterie van de Verlossing (en van het begrip zonde en straf) zijn afgeschaft ten ‘bate’ van de Menswording, die voldoende zou zijn voor een heilzame band met Jezus Christus ;
–– de Kerk wordt nieuw begrepen, en opgelost (het fameuze subsistit in), wat de liturgische revolutie met zich meesleept, de verpulvering van het huwelijk, de waanzin  van de oecumene;
–– een van de twee bronnen van de Openbaring, de apostolische Overlevering, wordt zo goed als verlaten, wat resulteert in een protestantse opvatting van de Heilige Schrift ;
–– het doel van de mens en zijn natuur, en ook van de maatschappij, wordt verdraaid; er wordt beweerd dat er een recht op burgerlijke vrijheid in religieuze zaken zou bestaan, onafhankelijk van de waarheid en de goddelijke oorsprong van de godsdienst.
16.  De uitbarsting van deze vreemde nieuwigheden, die ook nog eens tegenstrijdig zijn aan het geloof, met een plechtigheid die uit zichzelf een theologale toestemming eist, maakt het onmogelijk in te stemmen met het pauselijk gezag van Paulus VI en de erkenning van het dogmatisch feit dat een voorwaarde daarvoor is en die haar begeleidt.
17.  Maar de constatering van deze onmogelijkheid, anders gezegd van de onverenigbaarheid van de nieuwigheden van Vaticanum II en de pauselijke onfeilbaarheid, zegt niets (niets dat kerkelijk zeker en proclamabel is) erover of Paulus VI en zijn opvolgers eventueel persoonlijk de zonde van ketterij of schisma hebben bedreven. Deze kwestie blijft dus buiten het strikte geheel dat hier voorgesteld wordt, en van het getuigenis van het geloof.
18.  In afwachting schenkt Jezus Christus altijd het bestaan en het het leven aan zijn Kerk:
–– de voortdurende en ongewijzigde Constitutie van de Kerk (inbegrepen en in eerste instantie de overdracht van de bisschoppelijke macht) ;
–– het leergezag van de Kerk, altijd wezenlijk actief en regel van het geloof (zelfs als er niets nieuws gebeurt) ;
–– de wet van de Kerk, altijd van volle kracht (zelfs als er niets nieuws gebeurt), en de bijbehorende noodzaak gehoorzaam te zijn aan de geldige overheid. Want, stelt Pius XI: ‘In deze énige Kerk van Christus bevindt zich niemand, en blijft niemand, tenzij hij het gezag en de macht van Petrus en van diens rechtmatige opvolgers gehoorzaam erkent en aanvaardt.’ (Mortalium animos, 6 januari 1928).
19.  De terugkomst en het herstel van het pauselijk gezag, en van de autoriteiten die daarvan afhankelijk zijn, zullen gebeuren in volmaakte overeenstemming met de goddelijke en onveranderlijke wet van de Katholieke Kerk (door bekering, opvolging, of ?) en het is op deze wijze dat wij moeten wachten en verlangen.            H. Belmont
Veni Domine Jesu!

2 reacties

  1. Hartelijk DANK voor jullie kwartaalblad dat ik vandaag in de bus aankreeg! Ik,vond het bijzonder interessant. Hopelijk leest elke echte katholiek dit!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.