Overweging over het Bloed dat Onze Heer Jesus Christus stortte in de hof

Luis de la Puente (1554-1624) was een Spaanse Jezuïet, theoloog en ascetisch schrijver. Zijn Meditaties zijn een geliefde bron voor de meditatie. Nog altijd actueel, worden zijn boeken bijvoorbeeld op een traditioneel seminarie in de Verenigde Staten door studenten en docenten gebruikt. Wegens de Maand van het Heilig Bloed hieronder een van zijn meditaties.

Deze overweging kan dienen niet alleen voor het geheim dat wij nu overwegen, namelijk: het Bloed, door Christus O. H. in de hof gestort, maar ook voor alle overige omstandigheden waarbij Hij Zijn Bloed vergoten heeft.

Eerst zal ik met het inwendig gezicht der ziel het Bloed zien, dat Christus O. H. vergiet en overwegen Wie het vergiet, wat de oorzaak er van is, hoe het plaats heeft en wat Hij daarbij gevoelt. Een mensgeworden God is het, Wiens bloed hier stroomt door mijn zonden. Hij stort het met eindeloze liefde, onder de bitterste smart en smaadheid. Het bloed is gekleurd met de levendige kleuren Zijner deugden, Zijner ootmoedigheid, lijdzaamheid en liefde. Dit zal in mij gevoelens opwekken van bewondering, liefde, dankbaarheid en zucht tot navolging, die ik op deze wijze zal uitdrukken: hoe is het mogelijk dat een God van oneindige majesteit dit kostbaar Bloed vergiet voor een zo ellendig schepsel als ik ben? Dat Hij zich zoveel getroost om mij te genezen en Zijn Bloed een geneesmiddel maakt voor mij, zondaar? Gezegend zij een zo mateloze goedheid! Welke lof zal ik U geven, Heer, voor een genade zo uitmuntend als deze? Hoe zal ik er U de verschuldigde dankbaarheid voor bewijzen? Zou ik U niet liefhebben van ganser harte? Zou ik mij niet met hart en ziel toeleggen op de navolging van Uw roemrijke deugden? Met Uw genade wil ik ze volgen, al was het nodig mijn bloed er voor te vergieten.

Ten tweede zal ik met de oren der ziel de woorden, het geluid en de klaagtonen horen, die er gehoord worden bij het uitstromen van dit Bloed en bij de beoefening der heldendeugden, waarmede het geschiedt.

Eerst zal ik horen hoe dit bloed, dat beter spreekt dan Abel, roept, luidkeels roept tot de eeuwigen Vader, niet om wraak, zoals het bloed van Abel, maar om barmhartigheid en vergiffenis voor de mensen, en hoe die bede wordt toegestaan. De hemelse Vader moest zulk een geroep immers wel verhoren. Dit zal mij opwekken tot vertrouwen, om door de verdiensten van dit bloed vergeving te vragen van mijne zonden.

Vervolgens zal ik de woorden horen, die Christus mij door zijn bloed toespreekt en zegt: ‘Indien Ik Mijn Bloed geef voor uw welzijn, geef mij dan uw nietswaardig en verachtelijk bloed tot Mijn dienst, door aan de zonde te weerstaan en het te vergieten wanneer dit vereist wordt om de zonde niet te bedrijven.’

Op de derde plaats zal ik ook luisteren naar de woorden, die de Verlosser tot zijnen eeuwigen Vader moet gesproken hebben, toen hij Hem Zijn Bloed opdroeg voor ons. Hoe graag zal de eeuwige Vader ze gehoord hebben, het aangeboden offer hebben aanvaard, en beloofd hebben alles te zullen geven, wat Hij Hem vroeg.

Nog zal ik de verzuchtingen des Verlossers en het geluid van het uitbrekend bloed horen, medelijden hebben met zijne smarten, ze gevoelen alsof ze de mijne waren en mijn zonden, de oorzaak ervan, bewenen.

In het derde punt zal ik met den inwendige reuk de aangename geur ruiken van dit Bloed, dat opstijgt tot de eeuwige Vader en door Zijn zoetheid Diens gramschap   en verontwaardiging beter kalmeert dan de bloedige dierenoffers die Noë opdroeg. Hoe welgevallig moet het de eeuwige Vader geweest zijn te zien hoe Zijn eniggeboren Zoon Zijn bloed plengde met zooveel liefde en het opdroeg tot offerande en zoenoffer voor onze zonden en Zichzelf, zoals de heilige Paulus zegt, overleverde tot een offerande en een slachtoffer voor God, in aangename geur.

Ook zal ik overdenken hoe welgevallig de geur van dit bloed aan de eeuwigen Vader moet zijn als wij het opdragen in het offer van de Mis en dit alles zal liefde en vertrouwen in mij opwekken. Vervolgens zal ik de welriekende geur opvangen van de deugden die met het storten van dit Bloed samengaan en die geur zal mijn hart versterken om Hem na te volgen en achter Christus te gaan, in den geur van Zijn reukwerken, en een of ander van die deugden te bekomen. Ik zal ook bedenken hoe ootmoed, geduld en gehoorzaamheid, geverfd met een mengsel van Christus’ Bloed en het mijne, de eeuwige Vader geurig en aangenaam moeten zijn, om de gelijkheid, die zij hebben met die deugden van Zijn Zoon, en dus zal ik mij beijveren om die te bekomen.

In het vierde punt zal ik met de inwendige smaak der ziel proeven hoe zoet en smakelijk dat bloed en die deugden zijn, die bij het vergieten ervan beoefend werden. Ik zal letten op het genoegen van het edeler deel van de geest, waarmee de Heer het plengde, hoe de gehoorzaamheid aan de eeuwige Vader en het bewerken van ons geluk Hem dit bloedverlies zoet maakten. Ook moet ik de zoetheid smaken van dit Bloed, wanneer het gedronken wordt in het heilig Sacrament des Altaars, mijn ziel verkwikken met die aangename smaak en verlangen het voortdurend te genieten. Ook zal ik proeven welke zoetigheid er in dit Bloed is om al het bittere van dit leven, als het er in gedoopt wordt, te verzoeten. Ik wil een voornemen maken om er mijn gehoorzaamheid en vernederingen, mijn lijden en de versmadingen die ik te verduren zal hebben, mee te besproeien. Verder zal ik ook de bitterheden en de smarten proeven die de Heer in zijn Lichaam lijdt, en ze in mijn ziel voelen, volgens het woord van de Apostel: ‘Hebt dat gevoelen in u, dat ook in Christus Jesus was.’ O allerzoetste Jesus, kon ik maar voelen wat Gij voelde, smaken wat Gij smaakte bij het vergieten van Uw kostbaar Bloed voor mij. Geef mij dit te gevoelen, hoe bitter het ook zij, want Gij hebt het eerst gesmaakt en dit is genoeg om het voor mij zoet te doen zijn.

In het vijfde punt zal ik met het inwendige gevoel van de ziel dit Bloed aanraken, kussen, en er mij in baden, om in het Bloed van dit lam zonder vlek rein, blank en zuiver te worden. Och, was ik maar de gelukkige aarde geweest, die waarop dit kostbaar Bloed druppelde. Och, was mijn hart maar een relikwiekast om het erin te bewaren! Bloed van Jesus, met eindeloze liefde vergoten, ontsteek in mij de liefde Hem die u vergoot. O, verschrikkelijke smart en smaadheid, ontvlam in mij het verlangen om smart en schande te lijden voor Hem, die u vergoot. O bloed des Heren, dat in het heilig Sacrament des Altaars in mijn hart vloeit, ik raak u aan, ik neem U in mijne handen, ik smaak U, omhels U; maak U éen met mijn lichaam, vereenzelvig u met mij, ik wens u altijd te omhelzen en verenigd te blijven met Hem, die u geschonken heeft, door alle eeuwen. Amen.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.