Voorschriften voor het Katholieke Leven

Door kardinaal Désiré Mercier van Mechelen

Het is voor ieder van ons van het hoogste belang dat hij zijn ziel redt. Wij zouden wel graag blijven leven, maar we zullen sterven. Ééns moet U sterven, broeders en zusters, en niemand kan u zeggen of het over tien of twintig jaar gebeurt, morgen of zelfs vandaag! Zeker is alleen maar, en niemand van u twijfelt eraan, dat er een dag komt waarop wij allemaal van ons tijdelijk bestaan overgaan naar de eeuwigheid.

Wat zal er dan met ons gebeuren? Zullen wij eeuwig gelukkig of eeuwig ongelukkig zijn? Voor die vraag verbleken of verdwijnen alle andere vragen. Het antwoord hangt van u af. U zelf beslist over uw eeuwige toekomst.

Onze goddelijke Zaligmaker heeft ons gewaarschuwd: ”Er komt een uur waarop allen die in de graven zijn, de stem van Gods Zoon zullen horen. En de doden zullen uit hun graf opstaan. Zij die het goede deden zullen te voorschijn komen tot de opstanding ten leven, maar die het kwade deden zullen opstaan voor hun eeuwige straf”.[2] Het minste wat er van ons gevraagd moet worden is toch wel, dat wij nu en dan denken aan wat wij moeten geloven en doen om onze ziel te redden, en dat wij overwegen welke middelen wij moeten gebruiken voor onze zaligheid.

 

Wat moeten wij voor onze zaligheid geloven?

Wij moeten alle waarheden geloven die God ons heeft willen openbaren, d.w.z. die Hij de wereld heeft doen kennen langs de dubbele weg van de H. Schrift en Overlevering, en die Hij ons door de H. Kerk te geloven voorhoudt. De H. Schrift vertolkt het Woord van God zoals dat door de H. Geest aan de schrijvers van de heilige Boeken is ingegeven. Die geschriften, al naar gelang ze van vóór of nà Christus dateren, heten boeken van het Oude of het Nieuwe Testament..

Behalve de H. Schrift hoort ook de Overlevering of Traditie tot de Openbaring. Het woord Traditie betekent: overdracht, doorgegeven woord. De Overlevering of Traditie is dat deel van Gods Woord dat eerst door Onze Heer Jezus Christus en zijn apostelen mondeling is verkondigd, en daarna in de schoot van de katholieke Kerk is doorgegeven aan de katholieke generaties, die elkaar tot het einde der tijden opvolgen.

aHet is niet aan de gewone gelovigen om te beslissen welke waarheden door God geopenbaard zijn, en welke de betekenis is van het Woord Gods. Onze Heer Jezus Christus heeft door een bijzondere maatregel van zijn Voorzienigheid willen zorgen voor het bewaren en juist verklaren van de in de H. Schrift en Traditie verborgen geloofsschat. Daartoe heeft Hij een openbaar lichaam ingesteld, de Kerk. Deze heeft de opdracht gekregen om het geopenbaarde Woord te bewaren en zonder dwaling te verkondigen. De bisschoppen, de opvolgers der apostelen, met aan het hoofd onze H. Vader de Paus als opvolger van Petrus, de Prins der apostelen, zijn leraren van dat lichaam. En de gelovigen, door het Doopsel lid van die Kerk, zijn op straffe van doodzonde en eeuwige verdoemenis verplicht om de christelijke leer die hen door Paus en bisschoppen wordt voorgehouden, te aanvaarden. Dank zij de bijzondere bescherming die God aan zijn Kerk heeft beloofd, is de geopenbaarde leer één. Ze is overal hetzelfde sinds de tijd van de apostelen.* Ze is in de christelijke maatschappij de grondslag van de heiligheid. (….)

In het begin van deze instructie hebben wij ons afgevraagd wat wij moeten geloven. De voornaamste punten van ons geloof zijn samengevat in de geloofsbelijdenis van de apostelen.

 

De geloofsbelijdenis van de apostelen

‘Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde. En in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer; Die ontvangen is van de H. Geest, geboren uit de Maagd Maria; Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven; Die nedergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden; Die opgestegen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God de almachtige Vader; Vandaar zal hij komen oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de Heilige Geest; de Heilige katholieke Kerk; de gemeenschap van de heiligen, De vergeving van de zonden; De verrijzenis van het lichaam; Het eeuwig leven. Amen.’

Wanneer de Kerk in de loop van de eeuwen een tot de schat van de Openbaring behorende waarheid door een bindende uitspraak precies formuleert, dan wordt die waarheid dogma genoemd. Wie een dogma ontkent is een ketter. Zo heeft de Kerk in de vorige eeuw (8 dec. 1854) de Onbevlekte Ontvangenis van de H. Maagd tot dogma verklaard. Hetzelfde is in 1870 op het Vaticaans Concilie gebeurd met de pauselijke onfeilbaarheid. (….)

 

Wat moeten wij doen om zalig te worden?

De mens mag zich niet tevreden stellen met het kennen van de waarheid; hij moet ook volgens die waarheid leven. De grondwet van het christelijk leven is de christelijke liefde, d.w.z. de plicht om God boven alles te beminnen en onze naasten als onszelf ter liefde Gods. ‘De liefde is het grootste gebod’, zegt Onze Lieve Heer. ‘De liefde is de samenvatting van heel de wet’, zegt de H. Paulus. Maar de echte liefde bestaat niet in woorden of ijdele gevoelens. Zij moet zich uiten in daden en goede werken. God beminnen, dat is: onze wil onderwerpen aan Gods wil en Hem dienen.

De goddelijke wil spreekt spontaan door het geweten, dat ieder mens leert onderscheiden tussen goed en kwaad, plicht en zonde.  De mens is dan ook verplicht om te gehoorzamen aan de stem van zijn geweten. De goddelijke Openbaring en de Kerk hebben de wetten van het integere geweten bekrachtigd en verduidelijkt, en ze hebben er positieve voorschriften aan toegevoegd. Beide staan in grote lijnen in de Tien Geboden van God en de vijf geboden van de H. Kerk.

 

De Tien Geboden van God

Ik ben de Heer, uw God.

  1. Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen.
  2. Gij zult de Naam van de Heer, uw God, niet zonder eerbied gebruiken.
  3. Wees gedachtig, dat gij de dag des Heren heiligt.
  4. Eer uw vader en uw moeder.
  5. Gij zult niet doden.
  6. Gij zult geen onkuisheid doen.
  7. Gij zult niet stelen.
  8. Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen.
  9. Gij zult geen onkuisheid begeren.
  10. Gij zult niet onrechtvaardig begeren, wat uw naaste toebehoord.

 

De Vijf Geboden van de Heilige Kerk

Gij zult:

  1. De verplichte feestdagen vieren als zondag.
  2. Op zondagen en verplichte feestdagen de Heilige Mis bijwonen en geen verboden werk doen.
  3. Op onthoudingsdagen geen vlees gebruiken en op vastendagen vasten.
  4. Ten minste eenmaal per jaar biechten.
  5. In de Paastijd de H. Communie ontvangen.

 

Het is onmogelijk om God, het soevereine en oneindige Goed, boven alles te beminnen zonder in God de beweegreden te zien van de liefde die wij de mensheid (d.w.z. onze broeders en onszelf) toedragen. Al naar gelang de katholieke liefde op God, op onze naaste of op onszelf is gericht, kennen wij drie vormen:

  1. De rechtstreekse vereniging met God. Die geschiedt door de ”goddelijke” deugden, zo genoemd, omdat ze God zelf rechtstreeks tot voorwerp hebben. Die deugden zijn: het geloof, waardoor wij vast geloven al wat God ons heeft geopenbaard en door de H. Kerk te geloven voorhoudt; de hoop, waardoor wij vast vertrouwen op de goddelijke beloften; de liefde, die ons met geheel ons hart aan God gehecht doet zijn.

Indien de mens, die het ongeluk heeft gehad God te beledigen, zich vol berouw bekeert, drukt hij zijn liefde uit door spijt te betuigen over zijn zonde en het voornemen te maken om voortaan niet meer te zondigen. Die uiting van liefde wordt onder woorden gebracht in de oefening van berouw.

  1. Het beoefenen van de christelijke naastenliefde. Die vinden we kernachtig uitgedrukt in de volgende twee spreuken die u heel goed kent:
  • Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.
  • Doe voor uw naaste wat ge ook van hem zoudt verlangen.
  1. De redelijke en katholieke eigenliefde eist dat wij strijden tegen onze slechte hartstochten. Dat zijn volgens de apostel Johannes[3] de zinnelijkheid, de hebzucht en de hoogmoed. Wij moeten die slechte neigingen onafgebroken bestrijden, indien we de kracht van de naastenliefde in ons willen bewaren. Laten we matig blijven, d.w.z. sober en kuis. Laten we gaarne werken, de een met de handen, de ander met het hoofd. Laten we met milde hand geven van wat we bezitten. Wij moeten een grote afschuw hebben van drankzucht, ontucht, verslaving aan het kansspel en nutteloze verkwisting. Wij moeten afkerig zijn van leegloperij en hebzuchtige uitbuiting van andermans inspanningen. Laten we nederig zijn, onze persoon graag aan God onderwerpen en het succes van onze broeders niet benijden. Zo gaat de welbegrepen eigenliefde samen met de liefde tot God en de naaste.

Behalve de voor allen geldende katholieke liefde, die spreekt uit het onderhouden van de algemene geboden van God en van de Kerk, zijn er voor ieder mens speciale plichten, voortvloeiend uit de bijzondere situatie waarin hij geplaatst is. Die heten plichten van staat.

Zo’n bijzondere situatie is het gezin, een uiterst belangrijke instelling in de maatschappij. Alleen het huwelijk verleent het recht en de eer om het leven voort te planten. Het doel ervan is niet de bevrediging van de harttochten. Neen, het huwelijk is de lichamelijk en geestelijke onontbindbare en exclusieve eenheid van twee echtgenoten die zich verplichten om elkaar te helpen bij het streven naar zedelijke volmaaktheid en zo in staat te zijn om een christelijke gezin te stichten. Het is hen op straffe van doodzonde verboden van de wet die overeenkomstig de wil van de Voorzienigheid de voortplanting regelt, af te wijken.

De echtgenoten zijn elkaar trouw, genegenheid en wederkerige hulp schuldig. De echtgenote is onderworpen aan het gezag van haar man. Ze is echter niet zijn dienstmeisje, maar zijn levensgezellin.

De ouders moeten hun kinderen liefhebben en hen katholiek opvoeden. De kinderen moeten eerbied hebben voor hun ouders, hen gehoorzamen en hen alle diensten bewijzen, die voor de kinderliefde vanzelfsprekend zijn.

Tussen werkgevers en werknemers moeten er enerzijds rechtvaardigheid en goedheid heersen, anderzijds respect, trouw en toewijding.

Tussen de burgerlijke overheid en de burgers behoren er van de ene kant rechtvaardigheid en liefde te heersen en eerbied voor Gods wet – en van de andere kant onderdanigheid en trouw, in één woord: vaderlandsliefde.

De geestelijkheid moet de gelovigen onderrichten en zich vol ijver aan hun zieleheil wijden; de gelovigen zijn aan hun priesters eerbied, gehoorzaamheid en liefde verschuldigd.

Een goede katholiek is een goed parochiaan, d.w.z. hij leeft mee met de heilige diensten, de goede werken en de mede-parochianen, zoals een goed burger belangstelt in de orde en welvaart van zijn gemeente.

De goede katholiek weet ook dat hij door zijn parochie en zijn herder verbonden is met het diocees en de bisschop, en door de bisschop met de Opperherder en de gemeenschap van de heiligen van de universele Kerk.

 

De genademiddelen

De mens moet geloven in de waarheid van de goddelijke Openbaring. Hij moet de christelijke liefde beoefenen en gehoorzamen aan de geboden van God en van de Kerk. Dat moet hij maar kan hij het ook? Heeft hij er de middelen voor? Op eigen kracht kan hij het niet. Maar het heeft de goddelijke Voorzienigheid behaagd, aan de mens een genademiddel toe te kennen die hij langs natuurlijke weg niet kan verwerven of verwachten, en dat daartoe bovennatuurlijk wordt genoemd. Dat bovennatuurlijke genademiddel is de heiligmakende genade. Waarin bestaat die heiligmakende genade of, eenvoudiger gezegd, die goddelijke gunst die de ziel in een staat van heiligheid brengt?

Zeker, de heiligmakende genade zuivert de ziel van de erfzonde en de bedreven zonden, maar ze doet méér: ze brengt in de mens een diepe, innerlijke vernieuwing teweeg door de ziel ontvankelijk te maken voor het goddelijke, door in haar een gesteltenis te scheppen die haar doordringt, één met haar wordt en haar verheft tot een bovennatuurlijke staat. Door de heiligmakende genade wordt de ziel Gods vriendschap waardig en wordt ze erfgenaam van de eeuwige heerlijkheid. Zonder de heiligmakende genade kan de mens wel tot op zekere hoogte het goede doen, maar is hij helemaal niet in staat om een daad te stellen die de eeuwige beloning verdient. God geeft de ziel de heiligmakende genade door zichtbare, door Hem ingestelde middelen die Sacramenten genoemd worden. Er zijn zeven Sacramenten of middelen waardoor de heiligmakende genade wordt ingestort, waardoor ze toeneemt of wordt teruggeschonken, n.l. het Doopsel, het Vormsel, de Eucharistie, de Biecht, het H. Oliesel, het Priesterschap en het Huwelijk.

Het Doopsel schenkt de ziel de heiligmakende genade, waardoor alle zonden en zondestraffen worden uitgewist. Het maakt ons tot kinderen van God en de Kerk. Het is voor de ziel het begin van een nieuw leven, dat zich hier op aarde moet ontwikkelen door het beoefenen van de deugden van geloof, hoop en liefde en andere christelijke deugden, en dat zijn voltooiing vindt in de eeuwige, rechtstreekse aanschouwing van God in het Paradijs.

Het Vormsel vervolmaakt het christelijk leven.

De Biecht herstelt het in ons, wanneer wij het, spaar ons, verloren   hebben door de doodzonde.

De H. Eucharistie voedt en versterkt het.

Het H. Oliesel is een steun in de kwellingen van de doodsstrijd.

Het Priesterschap is het Sacrament waardoor de bedienaren van      de opgesomde Sacramenten in hun ambt worden bevestigd en ook      de volmacht krijgen om het christelijk leven te prediken.

Het Huwelijk tenslotte is een Sacrament waardoor de echtgenoten   de genade krijgen (en wederkerig schenken) om elkaar te helpen in        het leven en bij de christelijke opvoeding van hun kinderen.

God heeft zo’n groot mededogen met ons dat de Sacramenten uit zichzelf hun heilzame uitwerking hebben op de ziel, welke ook de slechte gesteltenis of de gebreken van de bedienaar zijn. Nooit, broeders en zusters, zullen wij de goede God dankbaar genoeg kunnen zijn voor de mildheid waarmee Hij ons zonder onze verdiensten en ondanks onze gebreken de heiligmakende genade heeft willen schenken. Nooit kunnen we bezorgd genoeg zijn om de doodzonde, die ons die onvergelijkelijk schone schat zou ontrukken, te vermijden.

Er zijn nog twee andere genademiddelen, n.l. het gebed en de goede werken. De werkzaamheid ervan hangt gewoonlijk af van de persoonlijke gesteldheid van degene die ze verricht.

Het gebed. Iedereen kan altijd zijn toevlucht nemen tot het gebed. Het gebed is het meest algemene middel om natuurlijke of bovennatuurlijke gunsten van de goddelijke Voorzienigheid te verkrijgen, vooral de genade om de Sacramenten te kunnen ontvangen en er de overvloedige vruchten van te plukken. ”Vraagt en ge zult verkrijgen”, heeft Onze Lieve Heer gezegd; ”Zoekt en ge zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want alwie vraagt, verkrijgt; wie zoekt, vindt; en voor wie klopt, doet men open”[4].

De goede werken, die wij met de steun van het gebed kunnen verrichten, worden zelf een middel om van de goede God nieuwe genaden te verkrijgen en zo in zijn liefde te groeien. Sterker nog: iedere handeling, hoe alledaags ook, kunnen wij door onze intentie veredelen tot een goed werk.

We moeten bidden om God te verheerlijken, om Hem te danken voor zijn weldaden, om Hem vergiffenis te vragen voor de Hem aangedane beledigingen. We moeten bidden om voor onszelf en anderen Gods hulp te verkrijgen. Het mooiste van alle gebeden is het gebed dat Onze Heer Jezus Christus zelf ons heeft gegeven. Het wordt genoemd het Gebed des Heren of het Onze Vader. Wij zullen er het Weesgegroet aan toevoegen om God door de voorspraak van de heilige Maagd Maria onze hulde te brengen en Hem om hulp smeken. (….)

Broeders en zusters, wij hebben u gesproken over de geloofswaarheden, over de plichten die wij moeten vervullen, over de middelen die ons helpen om onze voornaamste levenstaak, het werk van onze heiliging en zaligheid, te volbrengen. Wij menen dat het goed is, onze uiteenzetting aan te vullen met enkele speciale voorschriften voor het toedienen van de Sacramenten.

– U dient te weten hoe het Doopsel wordt toegediend, omdat ieder van u in geval van nood verplicht kan zijn om te dopen. U neemt water. Terwijl u het water uitgiet over het hoofd van het kind, moet u duidelijk deze woorden uitspreken: ”Ik doop u in de naam van de Vader en de Zoon en de H. Geest”.

– Het Sacrament van de Biecht vergeeft de christen de na het Doopsel bedreven zonden, mits de biechteling ze gewetensvol in alle eerlijkheid belijdt en er berouw over heeft, d.w.z. spijt heeft, God beledigd te hebben door zijn zonden. Daar hoort het oprechte voornemen bij om ze niet meer te bedrijven.

– Het H. Oliesel is volgens de bedoeling van Onze Lieve Heer een bovennatuurlijk geneesmiddel voor de ziel en zelfs, indien het voor de zieke heilzaam is, voor het lichaam. Men moet er dus niet pas om vragen en het niet pas ontvangen, wanneer er sprake is van acuut stervensgevaar. Ouders, dokter, familieleden, zo nodig ook bezorgde buren moeten ervoor zorgen dat de zieke de H. Communie en het H. Oliesel kan ontvangen, wanneer hij nog bij zijn volle verstand is en vol geloof en vroomheid kan meewerken om de Sacramenten met meer vrucht te ontvangen.

– Het Huwelijk is door Onze Heer Jezus Christus tot de waardigheid van Sacrament verheven. Om geldig te zijn moet het in tegenwoordigheid van twee getuigen gesloten worden voor de pastoor in de parochie waar het plaatsvindt, of, wanneer de pastoor niet kan optreden, voor zijn gevolmachtigde. Het huwelijk wordt alleen ontbonden door de dood van een van de echtgenoten. Zolang de echtgenoot leeft, kan geen van de huwelijks-partners een geldig nieuw huwelijk sluiten. De Kerk staat afkeurend tegenover gemengde huwelijken. Dat zijn huwelijken waarbij een van de echtgenoten tot een andere godsdienst behoort dan de katholieke. De vereniging van een gelovige met een ongelovige is diep te betreuren.

 

Conclusie

Beminde gelovigen, alles wat besproken werd is ons door Onze Heer geleerd. Het moet ons naar Hem terugvoeren. De waarheden die wij voor onze zaligheid moeten geloven, zijn door Hem geopenbaard en worden ons door zijn Kerk voorgehouden. De geboden die wij moeten onderhouden, komen van Hem. De wet van de christelijke liefde, die alle geboden samenvat, is door Hem afgekondigd. De genade waardoor wij God en de naaste kunnen liefhebben, is de vrucht van de Verlossing. Ook de Sacramenten hebben wij daaraan te danken.

Het gebed is bij de goede God slechts doeltreffend door de voorspraak van Jezus Christus. Daarom eindigen alle gebeden van de Kerk met deze tot de eeuwige Vader gerichte woorden: ”Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de H. Geest, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen”. Ja, Jezus Christus leeft en heerst in de hemel. Hij bidt er onophoudelijk voor ons. Hij leeft en heerst in onze zielen, zolang wij het geluk hebben ze te behoeden voor de doodzonde. Hij leeft er in door de heiligmakende genade en doet er de christelijke liefde heersen.

Hij leeft en heerst in de H. Eucharistie. Door de Consecratie onder de H. Mis, d.w.z. door de door de priester uitgesproken consacrerende woorden, is Hij werkelijk aanwezig met ziel en lichaam, als mens en God, onder de waarneembare gedaanten van brood en wijn. Dan hernieuwt Hij op onbloedige wijze het Offer dat Hij eens gebracht heeft door zijn bloed te vergieten op het kruis voor de redding van de mensheid. Daarna geeft Hij zich aan ons door de H. Communie, om het goddelijk leven in ons te ontwikkelen. Hij blijft tegenwoordig in onze tabernakels en schenkt zichzelf als teerspijs aan de stervenden.

Vergeet niet, broeders en zusters, dat u op straf van doodzonde verplicht bent om alle zondagen en op de vier grote feesten van het jaar: Kerstmis, Hemelvaart, Maria Tenhemelopneming en Allerheiligen, de H. Mis bij te wonen. Verzuim ze nooit! Ga zo mogelijk naar de Hoogmis, die de pastoor opdraagt, voor uw zieleheil en voor het welzijn van uw gezinnen. En indien het werk het u toelaat, ga dan zelfs door de week naar de H. Mis. Stuur er tenminste uw kinderen naar toe.

Op straf van doodzonde moet u ook eenmaal per jaar in de paastijd communiceren. Alle gelovigen, zodra ze tot de jaren van verstand gekomen zijn, zijn aan dat voorschrift gebonden. Maar u zou tekortschieten, indien u tevreden was met dat strikt verplichtende minimum. Onze goddelijke Zaligmaker en de Kerk, zijn trouwe vertolkster, nodigen u uit om vaak te communiceren, elke dag zelfs. Daarvoor is het voldoende dat u in staat van genade bent en handelt met een goede bedoeling.

O, wanneer u de onuitsprekelijke gave Gods eens kende! Indien u eens wist wie Hij is die u vanaf zijn altaar en tabernakel uitnodigt naar zijn Tafel. Met welk een geestdrift zou u dan naar Hem toegaan! En met welke vreugde zou Hij vrede brengen in uw harten, eenheid in uw gezinnen, en in uw zielen steeds rijkere schatten doen stromen van eeuwig leven!

Broeders en zusters. Laten wij tot besluit lof en eer brengen aan God en aan onze goddelijke Verlosser Jezus Christus, en met de H. Judas, de apostel, herhalen: ”Aan Hem die bij machte is u voor struikelen te behoeden en onberispelijk en vreugdevol voor zijn heerlijkheid te doen verschijnen, aan de enige God, die ons redt door Jezus Christus, Onze Heer, zij heerlijkheid, majesteit, kracht en macht vóór alle eeuwigheid en nu en in alle eeuwigheid. Amen.”[5]

 

Nawoord

Wij menen dat het goed is de aandacht van geestelijkheid en gelovigen te vestigen op een volle aflaat die enkele jaren geleden door de Opperherder is verleend onder de volgende voorwaarden:

Zijne Heiligheid Paus Pius X heeft bij Decreet van de H. Congregatie van de Aflaten van 9 maart 1904 een volle aflaat in het stervensuur verleend aan alle gelovigen, die na Biecht, en H. Communie met een ongeveinsde liefde voor God de door de volgende formule vertolkte toewijding uitspreken:

”Mijn Heer en mijn God, van nu af neem ik gaarne en nederig onderworpen uit uw hand elke wijze van sterven aan die Gij mij wilt laten ondergaan, met alle angsten, kwellingen en smarten”.

Uit Korte samenvatting van de voorschriften voor het christelijk leven door kardinaal Mercier van het bisdom Mechelen, december 1912 (iets ingekort)

[2] Joh. 5, 28,29

[3] I Joh. 2,16

[4] (Luk. XI, 9-10)

[5] Judas 24-26

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.