Mis of Kermis?

Door Mgr. M. Lefebvre

Voor mij liggen foto’s, die door katholieke kranten werden gepubliceerd en de Mis tonen, zoals die nu heel vaak wordt gevierd. Op de eerste foto valt het mij moeilijk te onderscheiden om welk gedeelte van de H. Mis het gaat. Achter een gewone houten tafel, die er niet erg schoon uitziet en niet door enig tafelkleed is bedekt, staan twee mannen in pak met stropdas, waarvan de ene een kelk, de andere een ciborie opheft of toont. De begeleidende tekst brengt mij ervan op de hoogte, dat dit priesters zijn en dat een van hen geestelijk adviseur is van de Katholieke Actie. Aan dezelfde
kant van de tafel, naast de hoofdcelebrant, staan twee jonge meisjes in broek, daarnaast twee knapen in pullover. Een gitaar staat tegen een voetbankje geleund. Op de andere foto: de scène speelt zich af in de hoek van een ruimte, die de zaal van een jeugdhonk zou kunnen zijn. De priester staat, in een albe zoals die in Taizé wordt gebruikt, voor een melkkrukje, dat als altaar dient. Men ziet een grote schaal van aardewerk, een kleine kom van hetzelfde materiaal en twee brandende stompjes kaars. Vijf jongelui zitten in kleermakerszit op de grond, een van hen
tokkelt op zijn gitaar.
De derde foto houdt verband met een evenement dat enige jaren geleden is: met de kruistocht van enkele milieubeschermers, die de Franse atoomproeven op het kleine atol Mururoa wilden verhinderen. Onder hen is een priester, die op het dek van een zeilschip in tegenwoordigheid van twee andere personen de Mis leest. Alle drie dragen shorts, een van hen heeft bovendien een bloot bovenlijf. De priester heft de hostie op, ongetwijfeld de consecratie. Hij staat noch knielt, maar zit of leunt veeleer tegen de bovenbouw van het dek.
Een ding hebben deze schandalige foto’s gemeen: de Eucharistie wordt door de banaliteit van de scenerie, de gebruikte voorwerpen, de houding en de kleding, verlaagd tot een alledaagse handeling. De zogenaamde katholieke tijdschriften die op de lectuurtafels van de kerken worden aangeboden, tonen de foto’s echter niet om zulk een optreden te bekritiseren, maar integendeel, om het aan te bevelen. La Vie(1) meent zelfs dat dit niet voldoende is. Naar gewoonte bedient zij zich van uittreksels uit brieven van lezers, om vrijblijvend te zeggen wat zij denkt. La Vie schrijft:
«De hervorming van de liturgie zou nog verder moeten gaan….. De herhalingen, die altijd weer opnieuw gebruikte formules, al deze voorschriften belemmeren een echte creativiteit». Wat zou de Mis moeten zijn? Dit:«Wij hebben velerlei problemen, onze moeilijkheden worden steeds groter en de Kerk schijnt daarin nog steeds niet geïnteresseerd te zijn. Men verlaat de Mis vaak geërgerd. Er bestaat een soort kloof tussen ons leven, onze zorgen van het moment en datgene wat men ons op zondag voor ons leven voorstelt».
Zeker komt men ontstemd uit een Mis die er moeite voor doet af te dalen naar het niveau van de mens, in plaats van die te verheffen tot God, en die, verkeerd opgevat, niet helpt “problemen” de baas te worden. De aanmoediging nog verder te gaan verraadt het vaste voornemen het heilige te vernietigen. Men berooft de christen zo van iets voor hem noodzakelijks, waar hij naar verlangt, want er is een drang in hem alles te eren, alles te vereren, wat betrekking heeft op God, zoveel te meer de grondstof voor het Offer, die ertoe bestemd is Zijn lichaam, Zijn bloed te worden!
Waarom produceert men dan grijze of bruine hostie’s door wat zemelen in het meel achter te laten? Wil men, dat de uit het nieuwe offertorium geschrapte woorden helemaal worden
vergeten; hanc immaculatam hostiam; deze smetteloze offerande?
Toch is dat nog altijd een onbeduidende vernieuwing. Men hoort vaak, dat stukken van gewoon gezuurd brood geconsacreerd worden in plaats van het voorgeschreven ongezuurde tarwebrood, op het uitsluitende gebruik waarvan nog kort geleden in de instructie Inæstimabele Donum(2)
werd gewezen. Omdat alle grenzen worden overschreden, kon een Amerikaanse bisschop zelfs de fabricage aanbevelen van kleine koekjes, die melk, eieren, gist, honing en margarine bevatten. De ontwijding strekt zich ook uit tot aan God gewijde personen: priesters en kloosterlingen leggen het geestelijke kleed af. Men noemt elkaar bij de voornaam, zegt jij en jou, leeft op wereldse manier in
naam van een nieuw principe, en niet, zoals men wil doen geloven, uit praktische noodzaak. Ik noem als bewijs die zusters, die uit hun klooster zijn weggetrokken, in de stad woningen huren en zo dubbele kosten veroorzaken; omdat zij de sluier afleggen moeten zij regelmatig de kapper bezoeken en betalen.
Het verloren gevoel voor het sacrale leidt ook tot heiligschennis. Een krant uit westelijk Frankrijk meldt, dat het nationale majorettenconcours 1980 in de Vendée werd gehouden. Daarbij werd een Mis gelezen, terwijl de meisjes dansten en enige van hen de communie uitreikten. Erger nog: de
ceremonie werd bekroond met een rondedans, waaraan de priester in misgewaad deelnam.

Het is niet mijn bedoeling hier een catalogus van misbruiken die men tegenkomt op te stellen. Ik wil slechts enkele voorbeelden aanhalen, die laten zien waarom de vandaag levende katholieken alle reden hebben radeloos en zelfs diep verontwaardigd te zijn. Ik onthul hier geenszins geheimen. De televisie legt het er zelfs op aan in de uitzendingen op zondagochtend de totaal ontoelaatbare, nadrukkelijk nonchalante houding van menige bisschop tegenover het lichaam van Christus publiek ten toon te stellen en in de woningen te verbreiden, zoals bijvoorbeeld de op 22 november 1981 uitgezonden Mis, waarin de ciborie door korven werd vervangen, die de gelovigen aan elkaar doorgaven en die tenslotte met de overgebleven geconsacreerde hostie’s op de vloer werden weggezet.
In Poitiers bestond op Witte Donderdag van datzelfde jaar een concelebratie in grote opmaak eruit, dat overal op de tafels door elkaar staande broden en kruiken met wijn geconsacreerd werden, waarna iedereen plaatsnam en zich bediende.
Concerten van profane muziek in kerken zijn nu algemeen gebruikelijk. Men is zelfs bereid kerken voor rockmuziek, met alle excessen waartoe die gewoonlijk leidt, ter beschikking te stellen. Kerken en kathedralen werden aan uitspattingen, drugmisbruik en bezoedeling van allerlei soort
uitgeleverd, en het was geenszins de plaatselijke clerus, die godsdienstoefeningen tot eerherstel liet houden, maar groepen gelovigen, die met recht over deze schandalen diep verontwaardigd waren. Waarom vrezen de bisschoppen en de priesters, die deze schandalen in de hand hebben gewerkt, niet de vloek van God over zichzelf en heel hun volk af te roepen? Die wordt al duidelijk door de
steriliteit waarmee hun werken worden geslagen. Alles gaat onder, alles valt uiteen, omdat het H. Misoffer in zijn huidige geprofaneerde toestand geen genade meer schenkt, de genade niet meer doorgeeft. De geringschatting van de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de Eucharistie
is het meest flagrante feit waaruit de nieuwe geest, die niet meer katholiek is, blijkt. Men kan dat iedere dag constateren, ook zonder de spectaculaire excessen waarover ik zojuist heb gesproken. Het Concilie van Trente heeft uitdrukkelijk, duidelijk en niet mis te verstaan verklaard, dat Onze
Heer ook in het kleinste partikeltje van de geconsacreerde hostie aanwezig is. Wat moet men dus van de handcommunie denken? Wanneer men zich van een pateen bedient blijven er altijd deeltjes achter, zelfs wanneer de communicanten niet zeer talrijk zijn. Deze deeltjes blijven dus nu op de handen van de gelovigen achter. Het geloof wordt daardoor bij velen, in het bijzonder bij kinderen,
geschokt.
Voor dit nieuwe gedrag kan er slechts één verklaring worden gegeven: als men naar de Mis gaat om het brood der vriendschap te breken, het brood van de gemeenschappelijke maaltijd, het gemeenschappelijke geloof, dan is het heel natuurlijk, dat men geen buitengewone voorzichtigheidsmaatregelen treft. Als de Eucharistie een symbool is, dat eenvoudig de herinnering
aan een voorbije gebeurtenis en aan de geestelijke tegenwoordigheid van Onze Heer betekent, dan is het volkomen logisch, dat men geen bijzondere zorg draagt voor de kruimels die op de grond zouden kunnen vallen. Als het echter gaat om de tegenwoordigheid van God, onze Schepper, zoals
het geloof van de Kerk dat eist, hoe kan men dan begrijpen, dat ondanks de laatste Romeinse documenten een dergelijke praktijk wordt toegelaten, ja zelfs aangemoedigd? De gedachte
die men op deze manier wil verbreiden is een protestantse voorstelling, die de nog niet besmette katholieken tegenstaat. Om deze beter te kunnen doorvoeren, dwingt men de gelovigen staande te communiceren.
Is het passend, zonder het geringste teken van eerbied of hulde Christus te ontvangen, voor wie zich, zoals St. Paulus zegt, iedere knie moet buigen, «in de hemel, op aarde en onder de aarde»(Fil. 2, 10). Veel priesters knielen niet meer voor het Allerheiligste neer. De nieuwe Misritus moedigt hen
daartoe aan. Ik zie daarvoor slechts twee mogelijke redenen: òf een monsterachtige hoogmoed, die ons God doet behandelen als waren wij Zijns gelijken, òf de zekerheid, dat Hij in de Eucharistie niet werkelijk aanwezig is. Schuif ik slechts de zogenaamde “conciliaire Kerk” bepaalde bedoelingen in de schoenen? Neen, ik verzin niets. Luister naar wat de faculteitsvoorzitter van de theologische faculteit van Straatsburg leert: «Men spreekt ook over de aanwezigheid van een redenaar, een acteur, en omschrijft daarmee iets anders dan een slechts plaatselijk “daar zijn”. Tenslotte kan iemand ook door een symbolische handeling, die hij niet zelf uitvoert, die anderen echter helemaal
naar zijn bedoeling in creatieve trouw volbrengen, aanwezig zijn. De ‘Festspiele’ in Bayreuth bijvoorbeeld, verwezenlijken zonder twijfel een aanwezigheid van Richard Wagner, waarvan
de intensiteit veruit die overtreft, die occasionele uitvoeringen of concerten van werken van deze componist kunnen bewerken. In dit laatstgenoemde perspectief moet men, zo lijkt mij, de
eucharistische tegenwoordigheid van Christus rangschikken».
Men vergelijkt dus de Mis met de ‘Festspiele’ van Bayreuth! Neen! Heel beslist gaan wij hiermee, ten aanzien van de woorden noch met betrekking tot de muziek, niet accoord.

(Uittreksels van Open brief aan Radeloze Katholieken).

  1. Particulier progressief ‘christelijk’
    weekblad, vroeger “La Vie catholique illustrée”.
  2. Johannes Paulus II, 3 april 1980.

Uit: Informatieblad Nr. 263 november – december 2012

U kunt de hele Open Brief lezen op http://zanotowane.pl/205/6328/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.