Sinds Paulus VI hebben we enkel nog nieuwe nepbischoppen

Word wakker: de Kerkvijand is binnengedrongen als een slang en heeft alle Sacramenten verwoest, ook de bisschopswijdingen. Uw ‘bisschop’ is niets meer dan uw melkboer!

Als een slang! Zie maar hieronder, de samenkomsthal van Paulus VI, de slangpaus!

De volgende brochure is verkrijgbaar bij trouwkatholiek@gmail.com

Christologie van de Geest en het pontificale van Paulus VI

De sinistere invloed van een onmelodieuze modetheologie

op de bisschopswijdingen van de ‘Vaticanum II Conciliekerk’

Door Thilo Alexander Stopka

Samenvatting door de auteur zelf van:

T. Stopka, Geist-Christologie und das Pontifikale Pauls VI,  Der unheimliche Einfluß einer Modetheologie auf die Bischofsweihen der sogenannten Konzilskirche

Inhoud

Vooraf: Op heterdaad betrapt!

1 Ketterse Geest-Christologie. 8

1.1 In een encycliek van Johannes-Paulus II. 8

1.2 In de bisschopswijdingsformule van Paulus VI. 9

1.3 In de Catechismus van de Katholieke Kerk. 9

1.4 In de nieuwe doopritus. 11

1.5 Bij de Internationale Theologische Commissie Inzake Christologie, 1979. 11

2 De nieuwe religie van Vaticanum II: een produkt van Wowoka?. 13

Christologie van de Geest en het pontificale van Paulus VI

Inleiding. 16

1 De formele oorzaak. 19

2 De nieuwe vorm in het Latijn en in de volkstaal 20

3 Welke betekenis geeft de conciliesekte aan deze nieuwe sacramentele vorm?. 20

4 De nieuwe vorm bevestigt dat de formele oorzaak van het priesterschap van Christus en het priesterschap van de apostelen een en dezelfde is. 21

5 Als de vleesgeworden Zoon van God is Christus de Hogepriester van het Nieuwe Verbond, door de aard van de Menswording zelf. 22

6 De Heilige Geest is ook geen formele oorzaak van het priesterlijke karakter. 24

7 Consequentie van de nieuwe vorm van bisschoppelijke wijding: de ontkenning van de Goddelijke Natuur en de Goddelijke Persoonlijkheid van de Zoon.. 24

8 De nieuwe vorm vindt zijn oorsprong in een modieuze Geest-Christologie. 25

9 De Christologie van de Geest is ook aanwezig in de nieuwe Catechismus van de Conciliesekte  26

10 Wat of wie is de ‘spiritus principalis’?. 28

11 De bronnen van de Christologie van de Geest. 29

11 Het Concilie van Efeze veroordeelde al wat nu de Christologie van de Geest wordt genoemd.. 31

12 De oudste bevestiging van het Filioque, al in de tijd van paus St. Damasus. 31

13 De leugens van de liturgische hervormers. 32

14 Pantheïstische zin van de uitdrukking ‘spiritus principalis’… 32

Bijlage 1: Informatiebronnen.. 35

Bijlage 2: Verwijzingen naar het thema in de werken van Sint Thomas van Aquino: 36

Vooraf:

Op heterdaad betrapt!

Can. 9.  Als iemand zegt dat de Heer Jezus Christus alleen door de Geest is verheerlijkt, alsof Hij een vreemde macht had gebruikt die tot Hem kwam van de Heilige Geest en dat Hij én van Hem de kracht heeft gekregen om onreine geesten tegen te werken én Zijn goddelijke tekenen te verrichten temidden van de mensen, en wie niet veeleer zegt, dat het Zijn eigen Geest is, door Wie hij de goddelijke tekenen heeft verricht, laat hem vervloekt zijn.

(Denz. 121, DS250, Migne PG076: 308D en 306CD,  Explicatio duodecim capitum Ephesi pronuntiata a Cyrillo Archiepiscopo Alexandrino). Anathema van de heilige patriarch Cyrillus van Alexandrië tegen Nestorius op het Concilie van Efeze

1 Ketterse Geest-Christologie

1.1 In een encycliek van Johannes-Paulus II

In §17 van zijn encycliek Dominum et vivificantem belijdt Johannes-Paulus II de ketterij van de Geest-Christologie:

‘Hier moet duidelijk worden benadrukt dat de ‘Geest van de Heer’, die ‘rust’ op de toekomstige Messias, bovenal een gave van God is voor de persoon van die Knecht van de Heer. Maar deze is geen geïsoleerd en op zichzelf staande persoon, omdat hij handelt volgens de wil van de Heer, op grond van diens beslissing of keuze.’ (18 mei 1986)

‘De Heilige Geest is op geen enkele manier een gave of een geschenk aan de persoon van de Messias. Want deze laatste is door de hypostatische vereniging de tweede Persoon van de Godheid, van wie de Heilige Geest uitgaat, zowel van de Vader als van de Zoon’, zegt professor Johannes Dörmann in ‘Johannes Paulus II’s theologische reis naar de Wereldgebedsdag van de Godsdiensten in Assisi. II/3, De trinitaire trilogie’, pagina 127 in de Duitse editie, Senden/Westf., 1998.

Paus Adrianus I verbood, gezien de ketterij van de adoptisten uit de achtste eeuw in Spanje, de uitdrukking ‘Dienstknecht van God’ toe te passen op Onze Lieve Heer, vanwege de hypostatische vereniging (Denz. 313).

1.2 In de bisschopswijdingsformule van Paulus VI

Volgens de Geest-Christologie zoals die in de nieuwe vorm van de Novus Ordo-ritus van de bisschopswijding van Paulus VI te vinden is, verschijnt de Heilige Geest als een geschenk aan Christus, die deze voordien niet bezat:

‘En  stort  nu, Heer,  over  deze  uitverkorene  die  kracht  uit  die  van  U  stamt,  de voortreffelijke  Geest,  die  U  aan  uw  geliefde  Zoon Jezus  Christus gegeven  hebt, die  Hijzelf aan zijn Apostelen gegeven heeft, die de  Kerk op iedere plaats  als Uw Heiligdom gesticht  hebben,  tot  onvergankelijke  roem  en  lof  van Uw Naam.’

1.3 In de Catechismus van de Katholieke Kerk

Ook nummer 47 van het Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk belijdt de ‘Christologie van de Geest’ door het dogma van de voortkomst van de Heilige Geest uit  de Zoon te herinterpreteren:

‘Hij komt ook voort uit de Zoon (Filioque), omdat de Vader Hem als eeuwige Gave meedeelt aan de Zoon’. [Franse, Duitse, Nederlandse en Engelse edities].

Dit nieuwe ‘herziene filioque’ van het Compendium reduceert de Zoon tot een ‘doorgangskanaal’ van de Heilige Geest, in overeenstemming met de ketterij van pater Joseph Langen, professor in de katholieke theologie aan de Universiteit van Bonn tot 1871. Kardinaal Franzelin publiceerde voor de Propaganda Fidei een weerlegging van pater Langen en de Russisch-orthodoxe bisschop Boelgakov. 

§264 van de Catechismus van de Katholieke Kerk:

‘De Heilige Geest komt voort uit de Vader als eerste bron en, door Diens eeuwige gave aan de Zoon, uit de Vader en de Zoon tezamen’.

Deze paragraaf van de CCC lag ten grond aan nr. 47 van het bovengenoemde Compendium. De zin van nr. 47, die al flagrant dubbelzinnig is, benadrukt door een sluwe mengeling van grammaticaal verschillende uitdrukkingen als ‘deze’ en ‘die en ‘hem’, nog meer de ketterij (die zich bovendien op deze manier heeft verspreid naar de andere talen, aangezien de referentieversie van de CCC de Franse was): de Vader zou Zijn Zoon de Geest als gave hebben gegeven! Dit is in tegenspraak met de geloofsbelijdenis van het 11e Concilie van Toledo (Denz. 277) dat de leer van de H. Augustinus [in Ioh. Tract. 99 n. 9] overneemt: ‘Want Hij (de Heilige Geest) gaat niet uit van de Vader naar de Zoon …, maar Hij komt van zowel de Een als van de Ander voort.’

Uit §438 van de Catechismus van de Katholieke Kerk: ‘

‘Zijn eeuwige Messiaanse zalving heeft zich tijdens Zijn aardse leven geopenbaard bij Zijn doop door Johannes, toen ‘God Hem gezalfd heeft met de Heilige Geest en met macht’  (Hand. 10, 38), ‘opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden’ (Joh. 1, 31) als zijn Messias.’ 

Men kan zich afvragen: Zou de Zoon van God, het Woord dat mens is geworden, de Heilige Geest nodig hebben om deze goddelijke krachten te vergroten?’ Bovendien heeft Prof. Joh. M. van der Ploeg O.P. in zijn kritiek op de Catechismus van de Katholieke Kerk gewezen op de misleidende interpretatie van Handelingen 10, 38; Lk. 4, 18-19; Is. 61,1; in zijn deskundig oordeel over deze Catechismus in ‘Theologisches, vol. 20, nr. 7, juli 1990.

1.4 In de nieuwe doopritus

De ketterij van de Christologie van de Geest in de nieuwe doopritus (citaat uit de Engelse versie):

Uit de zegening van het water:

‘In de wateren van de Jordaan werd Uw Zoon door Johannes gedoopt en gezalfd met de Geest. Uw Zoon wilde water en bloed uit Zijn zijde laten stromen toen Hij aan het kruis hing. Geef, door de kracht van de Geest, aan het water van deze bron de genade van uw Zoon’.

Hier is het commentaar van Eerwaarde Dr. Hans-Otto Katzer. Deze Tsjechoslowaakse priester was vroeger verantwoordelijk voor het onderwijs in de dogmatische theologie in Weissbad, het eerste Duitstalige seminarie van de Priesterbroederschap van de Heilige Pius X in Zwitserland. Dr. Katzer, een sedevacanist, werd binnen de FSSPX belasterd als een communistische spion die de Broederschap moest scheiden van de ‘Heilige Vader’: ‘We kunnen de beoordeling van deze woorden [van de zegening van het doopwater] gevoeglijke overlaten aan lezers die enkel de kindercatechismus kennen, aangezien de foutieve opvatting indrukwekkend is. Christus is waarlijk God en waarlijk Mens vanaf het begin [van de Menswording]! De hypostatische vereniging laat de uitdrukkingen die in de formule worden genoemd niet toe! H. Gregorius van Nazianze merkt op dat Christus naar de doop van Johannes kwam om de doop te heiligen, niet om geheiligd te worden. Net zoals Christus geen vergeving van zonden nodig had, had Hij ook geen genade nodig.’ Einsicht, römisch-katholische Zeitschrift, Volumenummer 6, nr. 2, p. 62, München, juli 1976, op Catholicapedia.net.

1.5 Bij de Internationale Theologische Commissie Inzake Christologie, 1979

Deelnemers van deze commissie waren: President Karl Lehmann († 2018), Hans-Urs von Balthasar (†1988), Cantalamessa, Congar (†1995), Dhanis SJ (reeds †1978), Gonzaléz de Cardedal, Le Guillou OP (†1990), Lehmann (†2018), Martelet SJ (†2014), Ratzinger, Semmelroth SJ (†1979), Schürmann (†1999) en Walgrave (†?)

Deze commissie stelt:

A. ‘De Zalving van Christus door de Heilige Geest

‘2. De Heilige Geest was constant betrokken bij het verlossende werk van Christus. Hij overschaduwde de Maagd Maria, zodat uit haar degene geboren werd die heilig wordt genoemd en de Zoon van God (Lc 1,35). Bij zijn doop in de Jordaan ontving Jezus de ‘zalving’ van de Heilige Geest (Lc 3,22) om zijn messiaanse missie te vervullen (Handelingen 10,38; Lc 4,18); een stem kwam uit de hemel neer en noemde hem de Zoon in wie de Vader Zijn welgevallen had (Mk 1,10 parr.). Vanaf dat moment werd Christus op een bijzondere manier door de Heilige Geest geleid (Lc 4,1) om Zijn dienst als ‘ dienaar’ te beginnen en te voltooien: hij wierp demonen uit met de vinger Gods (Lc 11,20) en verkondigde dat het Koninkrijk van God nabij was (Mc 1,15) en door de Heilige Geest moest worden voltooid. Christus, die de weg van de knecht in de geest van het zoonschap bewandelde, gehoorzaamde de Vader tot de dood, die hij ‘met de hulp van de Heilige Geest’ vrijwillig op zich nam (Missale Romanum; vgl. Hebr. 9, 14). Uiteindelijk heeft God de Vader Jezus opgewekt en zijn menselijkheid met zijn Geest zo vervuld, dat deze na de gedaante van een dienaar de gedaante van mensheid van de verheerlijkte Zoon van God aannam (Rom 1,3-4; Handelingen 13,32 e.v.). Hij kreeg de volmacht om de Heilige Geest aan alle mensen te geven (zie Handelingen 2,22 e.v.). Zo kan de nieuwe en eschatologische Adam met recht ‘levenscheppende geest’ worden genoemd (1 Kor 15,45; 2 Kor 3,17). In werkelijkheid wordt het Mystieke Lichaam van Christus voor altijd bezield door Zijn Geest.’

2 De nieuwe religie van Vaticanum II: een product van Wowoka?

De lezer zal terecht vragen naar de betekenis van de illustratie op de voorkant van de omslag van dit boekje. Een Arapaho-Indiaan, zoals sommigen zeggen, of een Paiute, zoals anderen zeggen. Wat doet zij? Als onderdeel van de geestendans-beweging van de late 19e eeuw, vereert zij de ‘geest’ die zij altijd heeft vereerd in bomen, rivieren en bergen, beren, voorouders en bizons. Overigens was deze beweging ondenkbaar zonder moderne transportmiddelen zoals de trein, en communicatiemiddelen zoals telegrafie, en zonder de Engelse taal, waarin alle Amerikaanse indianen aan het eind van de negentiende eeuw konden communiceren. De profeet van deze ‘geest’, Wowoka, kon overal heen reizen en zijn geestesreligie gaf de depressieve indianen de ultieme maar valse troost. Zijn komst werd aangekondigd door de telegraaf. Nee, zijn dans heeft geen indiaan kogelvrij gemaakt en de buffels zijn niet teruggekeerd en de blanken zijn niet verdwenen. Wat een teleurstelling! Net als het nieuwe ‘Pinksteren’ van Vaticaan II! De geest van Wowoka was niet de Heilige Geest. Zijn ‘geest’ was dezelfde geest die de gevallen mensheid heeft vereerd sinds de tijd van Nimrod. Een ‘geest’ die identiek is aan de natuur, geïdentificeerd met ‘macht en kracht’ in zuiver wereldse en immanente zin. Deze geest was ook bekend bij de Griekse filosofie van het stoïcisme, wie door het moderne panpsychisme, waar ook Teilhard de Chardin zich bij aansloot, nieuw leven werd ingeblazen. Die noemde hem ‘hegemonikon pneuma’, wat in het Latijn ‘spiritus principalis’ of ‘leidende geest van de kosmos’ betekent. Het moet worden opgemerkt: op religieus niveau is het stoïcisme slechts een intellectuele rechtvaardiging van de filosoof voor het animisme, omdat die even weinig weet over het verschil tussen God en de wereld als de Indiaanse vrouw die op de voorkant van ons pamflet staat afgebeeld.

De religie van het Tweede Vaticaans Concilie plaatst deze ‘geest’ van immanentie, die niet de transcendente Heilige Geest is, centraal en smeekt de ingieting ervan in ‘de uitverkoren bisschop’ als bestanddeel van zijn door Paulus VI gepresenteerde ‘bisschopswijding’. In de zin van de Aristotelische filosofie presenteert de ‘Conciliekerk’ deze ‘kosmische geest’ als de formele oorzaak van het goddelijke verwekken van de Zoon van God (nr. 47 van het Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk), van Diens incarnatie en van de bisschoppelijke macht van Zijn bisschoppen (vorm van haar bisschoppelijke consecratie). De valkuil is dat de ware Heilige Geest niet de formele oorzaak (causa formalis) van deze drie dingen is. De wijdingen zijn daarom ongeldig en herinneren ons aan Marcus 13,22, omdat de door Christus voorzegde Pseudochristussen niet alleen valse verlossers zijn, maar ze zijn ook gezalfd met antichrisma, de valse ‘geest’, die in feite de formele oorzaak is van hun valse profetie.

De ongeldigheid van de bisschopswijdingen volgens de rite van Paulus VI

Ziehier de gruwel van de verwoesting in een heilige plaats,

waar zij niet hoort te zijn,

 en wie dit leest, zij gewaarschuwd!

Inleiding

18 juni 2018 was de vijftigste verjaardag van de ‘afkondiging’ door Paulus VI van de Apostolische Constitutie ‘Pontificalis Romani Recognitio’. Die constitutie schafte de traditionele ritus van de bisschopswijding af en verving ze door een kunstmatig product, een rite zonder precedent in de geschiedenis van de Rooms-Katholieke Kerk. Hiervoor werden allerlei valse redenen gebruikt. De bekendste daarvan is nog steeds de bewering dat het nieuwe Pontificale een meesterwerk is van de traditionele oosterse liturgie en dus een mijlpaal in het oecumenisme. Zo prees professor Heinzgerd Brakmann van de Universiteit van Bonn in een van zijn essays over deze nieuwe rite van de bisschopswijding de hemel in, hoewel hij overigens het bewijs geleverd had deze rite zijn oorsprong vond in pseudo-apostolische en pseudo-epigrafische literatuur.

Alle vergelijkingen van de nieuwe rite met de riten die hem zouden hebben geïnspireerd, werden gemaakt vanuit een zuiver poëtisch of literair standpunt; de verschillen van dogmatische aard met betrekking tot de leer over Christus en over de Heilige Geest zijn zelfs geen blik waardig gekeurd.

Nader onderzoek van deze rite onthult echter dat hij de leer van de Menswording van het Eeuwige Woord vernietigt, en de Heilige Geest verminkt. Deze rite richt zich tot een vermeende god, die niet de God van de Openbaring is, die Openbaring die aan de Katholieke Kerk is toevertrouwd. Deze rite moet dus wel ongeldig zijn, en hij vernietigt de apostolische successie van de bisschoppen.

 Als gevolg daarvan bezit de Conciliekerk geen wijdingssacrament meer, zodat haar predikanten na vijftig jaar bijna allemaal leken zijn, die het onuitwisbare karakter van priesters missen, in het bijzonder de clown en hofnar van de Brusselse Europese Unie, ‘Francisco Bergoglio.’ De nog geldige successies van de oude oosterse katholieke kerken worden op hun beurt gedoofd, omdat ze gedwongen worden zich te vermengen met de reeds ongeldige opvolgingen van de Westerse Novus Ordo-hiërarchieën (Johannes Paulus II ‘wijdde’ de Metropoliet van Kiev na het einde van de Koude Oorlog).

Een centraal element van de nieuwe vorm van bisschopswijding is de uitdrukking ‘spiritus principalis’. De ‘Kerk’ die uit het Tweede Vaticaans Concilie is voortgekomen, heeft het niet nodig geacht deze uitdrukking bindend te definiëren (zelfs niet in de vertalingen ervan in de volkstaal). Waarom is deze uitdrukking zo belangrijk voor haar? Welke betekenis heeft ze voor de conciliesekte? En ook al hebben ikzelf en anderen al heel wat jaren geleden boeken geschreven over de kwestie van de ongeldigheid van het nieuwe pontificale waar we hier mee te maken hebben, niemand heeft zich tot nu toe beziggehouden met de leer die deze nieuwe ‘Kerk’ predikt over de Heilige Geest, beschouwd in het licht van die ‘spiritus principalis’. Wat of wie is die ‘geest’? Merkwaardig genoeg is er geen verplichte vertaling van die uitdrukking in de volkstaal, die enige duidelijkheid kan brengen in de betekenis ervan, zodat ze bijvoorbeeld in het Frans wordt vertaald als ‘de Geest die leiders maakt’.[1]

We hebben al gezien hoe die nieuwe rite noodzakelijkerwijs ongeldig is, om zes verschillende redenen. Geen van deze redenen is tot nu toe op bevredigende wijze weerlegd, tot onze grote voldoening. In dit boekje zullen we ons vooral concentreren op de vraag waarin de ongeldigheid verbonden is met de ‘spiritus principalis’. In feite constateren we een zevende oorzaak van ongeldigheid: de ‘conciliesekte’ maakt geen onderscheid tussen de formele oorzaak van het hogepriesterschap in Christus Zelf, en de formele oorzaak van het priesterschap in de wijding van de apostelen. Zelfs traditionele katholieken zouden verbaasd kunnen staan dat het verschil oneindig is. Het is in feite het verschil tussen enerzijds het oneindige en ongeschapen bestaan van God die mens is geworden, dat is dat van het vleesgeworden Woord, en anderzijds de eindige, geschapen macht van het priesterlijke karakter, dat slechts een beperkte deelname aan het priesterschap van de Verlosser verleent.

De nieuwe vorm ontkent deze laatste realiteit en vervangt deze door iets anders. Hij ziet de formele oorzaak van de priesterwijding van de Verlosser, evenals die van de Apostelen en hun opvolgers, in één en hetzelfde: in de ‘spiritus principalis.’ Het is deze laatste die dan de ware priester zou moeten zijn, en niet Jezus van Nazareth, want Christus hangt dan net zo van de ‘spiritus principalis’ af als de apostelen. De gewijde priester kan dan dus niet handelen op grond van het bij de wijding ontvangen priesterlijke karakter ‘In Persona Christi’; integendeel, volgens de vorm van de Novus Ordo zouden Christus en de apostelen op identieke wijze handelen door de ‘spiritus principalis.’ Een directe band tussen het katholieke priesterschap en Christus zou niet kunnen bestaan, omdat Christus en de gewijde priesters hun eigen parallelle relatie met de ‘spiritus principalis’ zouden hebben.

Die conclusie alleen al is een verschrikkelijke godslastering! De nieuwe rite van de bisschopswijding werkt alsof de ware Godmens Jezus Christus een vreemde kracht nodig had om Zijn verlossingswerk te kunnen doen. Het is een schending van het heiligdom in de hoogste mate, de gruwel van de verwoesting in de heilige plaats, waarvoor de Heiland ons heeft gewaarschuwd. De doctrines van de grote oecumenische concilies zijn omgedraaid, alsof ze alle waarde hebben verloren. Van bijzonder belang in dit verband is het grote Concilie van Efeze, evenals het tweede Concilie van Constantinopel, waar de eerste controverse over de voortkomst van de Heilige Geest van de Vader en de Zoon (filioque) al plaatsvond en besloten werd, een besluit waarvan weinig historici zich bewust willen zijn. De nieuwe ‘bisschopswijding’ is een luciferische inwijdingsrite, die de Goddelijkheid van Christus ontkent juist op het moment dat Hij van plan is de hoogste graad van priesterambt van het Nieuwe Verbond te verlenen!

We hebben dit boekje aan dit thema gewijd en lezers die geïnteresseerd zijn in verdere ontwikkelingen worden uitgenodigd om de boeken en webpagina’s waarnaar aan het eind van dit boekje wordt verwezen te bestuderen. Die bieden rijke bronnen voor toekomstige studie.

1 De formele oorzaak

Zoals we hebben gezegd, beweert de nieuwe rite op godslasterlijke wijze dat er een en dezelfde formele oorzaak is, de ‘spiritus principalis’, voor enerzijds het hogepriesterschap van de Godmens Jezus Christus, en anderzijds voor het apostolische priesterschap, de wijding die aan gewone mensen wordt verleend. Laten we ons eerst afvragen: Wat is een formele oorzaak?

In de scholastieke filosofie is de formele oorzaak (causa formalis) de oorzaak of het principe dat de vorm bepaalt, dat wil zeggen de morfologie, de structuur, de essentie van een wezen; naast de materiële oorzaak (causa materialis), de efficiënte, werkzame oorzaak (causa efficiens), en de uiteindelijke finale oorzaak of finaliteit (causa finalis). Het is een van de vier soorten oorzaken die we al in de metafysica van Aristoteles vinden.

Het principe van de formele oorzaak is, evenals de materiële oorzaak, een interne oorzaak van elk (geschapen) wezen. Het bestaat eenvoudigweg in de vorm of het voorkomen (in het Grieks: ‘idea’ of ‘eidos’), de structuur of het motief, dat in wezens aanwezig is. Een bronzen beeld is bijvoorbeeld het resultaat van het gieten van een materiaal, brons, (materiële oorzaak), waardoor het de vorm van een beeld krijgt.

De scholastieke filosofie assimileert vaak het principe van de formele oorzaken met de voorbeeldige oorzaak (causa exemplaris), die op zich grotendeels identiek is aan de Platoonse ‘idee’ (Grieks: ideia). In die zin vertegenwoordigt het levende paard bijvoorbeeld de ‘formele oorzaak’ van het speelgoedpaard in zijn uiterlijke verschijning. De diepere metafysische betekenis van de term ‘formele oorzaak’ wijst echter op de innerlijke bepaling van een ding, dat wil zeggen: op de essentie ervan.

Dit gezegd zijnde, kunnen we overgaan tot het onderzoeken van de nieuwe vorm van bisschopswijding. Het wordt vorm genoemd op een analoge manier, omdat het aan de materie, dat wil zeggen aan de amorfe en dubbelzinnige handoplegging haar zeer specifieke betekenis geeft.

2 De nieuwe vorm in het Latijn en in de volkstaal

Et nunc effunde super hunc Electum eam virtutem, quae a te est, Spiritum principalem, quem dedisti dilecto Filio Tuo Jesu Christo, quem Ipse donavit sanctis Apostolis, qui constituerunt Ecclesiam per singula loca, ut sanctuarium tuum, in gloriam et laudem indeficientem nominis tui.

‘En stort nu over deze uitverkorene die kracht uit, die van U stamt, de voortreffelijke Geest, die U aan uw geliefde Zoon Jezus Christus gegeven hebt, die Hijzelf aan zijn Apostelen gegeven heeft, die de Kerk op alle plaatsen als Uw Heiligdom hebben opgericht tot onvergankelijke roem en lof van Uw Naam.’

De vorm heeft als enige taak te beschrijven waaruit de sacramentele bediening van de bisschopswijding bestaat. We geven er ons in de eerste plaats rekenschap van dat er in de vorm van de nieuwe rite geen enkele traditionele notie bestaat die aangeeft wat het bisschoppelijke wijdingssacrament is. Dit feit alleen al leidt onvermijdelijk tot ongeldigheid van de rite. Want de sacramentele vorm moet noodzakelijkerwijs ofwel de aanduiding bevatten, dat wil zeggen de erkende naam van de specifieke rang van het wijdingssacrament (bisschop, priester, diaken), ofwel op een andere manier de toegekende sacramentele bevoegdheid aanduiden (bijvoorbeeld: ‘hogepriesterschap’) en de sacramentele ingegoten genade (bijvoorbeeld: ‘de genade om een goede herder te zijn’). Dit werd benadrukt door de Engelse bisschoppen in hun antwoord aan de Anglicanen, waarin zij de Bul van paus Leo XIII verdedigden die de Anglicaanse wijdingen nietig en leeg verklaarde [A Vindication of the Bull ‘Apostolicae Curae’, 1897]. Anderzijds wees Johannes Rothkranz in zijn boek over de ongeldigheid van de nieuwe bisschopswijding, evenals pater Anthony Cekada, er ook op dat de nieuwe vorm helemaal niet spreekt van de traditionele eigenheid van de bisschoppelijke orde. (Zie de referenties aan het einde van dit boekje.)

3 Welke betekenis geeft de conciliesekte aan deze nieuwe sacramentele vorm?

Laten we nu aandacht besteden aan de betekenis die de sekte van het Tweede Vaticaans Concilie onvermijdelijk moet geven aan de woorden die zij als de vorm van het sacrament voorstelt. Zij combineert in feite de presentatie en de uitleg van het bisschopsambt, zoals zij het ziet, met een uitleg van het priesterschap van Christus, naar haar smaak.

Alleen al de bewoording van de nieuwe sacramentele vorm suggereert dat de formele oorzaak, dat wil zeggen het vormingsprincipe van het priesterschap van de Verlosser enerzijds en van het priesterschap van de Apostelen anderzijds, één en dezelfde is: de ‘spiritus principalis’! En deze, alnaargelang de vertalingen in de volkstaal, krijgt een heel andere betekenis (dat wil zeggen een persoonlijke, of slechts een onpersoonlijke kracht). Op dit punt heeft het weinig zin om de ware betekenis ervan te achterhalen – dat doen we later –, maar laten we voorlopig gewoon vasthouden dat volgens het Concilie en zijn hervormers de oorzaak van het priesterschap in en Christus en de apostelen en de bisschoppen één en dezelfde is.

4 De nieuwe vorm bevestigt dat de formele oorzaak van het priesterschap van Christus en het priesterschap van de apostelen een en dezelfde is

Daaruit volgt: als deze nieuwe vorm op dit punt juist zou zijn, zouden de metafysische kwaliteit en de structuur van het priesterschap van Jezus Christus identiek zijn aan die van de apostelen en hun opvolgers. Deze conclusie is noodzakelijk omdat de nieuwe vorm juist stelt dat de ‘kracht of macht’ (Latijn: virtus; Grieks: dynamis) die van God zou komen, één en hetzelfde zijn als de ‘spiritus principalis’, die eerst aan de Zoon zou zijn gegeven, die hem dan aan de Apostelen zou kunnen doorgeven, zodat zij in Christus’ plaats zouden kunnen werken aan de opbouw van de Kerk in de hele wereld. Zo ontstaat de vraag: Heeft het priesterschap van Christus werkelijk dezelfde kwaliteit en dezelfde metafysische structuur als het priesterschap van de apostelen? Met veel bezorgdheid vragen we ons af: is de katholieke priester niet een ‘Alter Christus’, zoals we in het Latijn zeggen, dus geen ‘andere’, of ‘tweede verlosser’? Inderdaad, dat is hij wél, maar niet in de zin dat zijn priesterschap volledig identiek is met dat van Christus, maar alleen in de zin dat hij beperkt deelneemt aan het hogepriesterschap van Christus.

We moeten nu onderzoeken wat precies Christus tot Hogepriester en Bemiddelaar maakt en wat de Apostelen en hun opvolgers, de bisschoppen, maakt tot wat zij zijn.

5 Als de vleesgeworden Zoon van God is Christus de Hogepriester van het Nieuwe Verbond, door de aard van de Menswording zelf

In Jezus Christus heeft de Persoon van de Zoon de menselijke natuur verenigd met Zijn goddelijke natuur in zoverre dat het raakvlak van beide naturen de hypostase van de Eeuwige Zoon is, zonder scheiding of vermenging van beide. Om precies te zijn, de Zoon heeft de menselijke natuur aangenomen, die in staat is te lijden, om als Hogepriester en Godmens aan het kruis het enige zoen- en boete-offer te brengen dat in staat is God voldoening te geven voor het hele in zonde gevallen menselijke ras. De apostelen daarentegen zijn van nature geen priesters; alleen vanwege het onuitwisbare priesterschapskarakter dat Christus hun heeft gegeven zijn ze priester. Dat priesterlijke karakter in de ziel van de apostelen impliceert een eenvoudige deelname aan het Hogepriesterschap van Christus. Christus daarentegen is priester door zijn missie, de Menswording zelf. Deze missie van de Incarnatie van het Eeuwige Woord vindt plaats in het kader van een tijdelijke analogie, in tegenstelling tot zijn eeuwige Zoonschap.

Maar, zou je kunnen zeggen: zou de Heilige Geest niet de oorzaak kunnen zijn van én de Menswording, én het priesterlijke karakter in de apostelen? Dat zou een misverstand zijn, want we bespreken hier niet de bewerkende oorzaak (causa efficiens), maar de formele oorzaak.

De echte oorzaak van de Incarnatie is de Heilige Drie-eenheid als zodanig. Het is waar dat volgens de Schrift de uitwerking van de Menswording kan worden toegeschreven aan een van de Goddelijke Personen, de Heilige Geest (vgl. Lukas 1:35). Maar daar gaat het hier niet om. We richten ons eerder op het formele principe, de innerlijke hoedanigheid en de aard van elk van de twee priesterschapen, niet op de manier waarop ze van buitenaf zijn gerealiseerd.

De Menswording van de Zoon is niet tot stand gekomen door de bemiddeling van de Heilige Geest.

St. Bonaventura, de Serafijnse Leraar

De vraag is dus: heeft de Menswording van de Zoon plaatsgevonden door de bemiddeling van de Heilige Geest, door de Conciliesekte aangeduid met ‘spiritus principalis’? Is de Heilige Geest in Christus, de bemiddelaar tussen de goddelijke en menselijke natuur, een soort ‘metafysische lijm’, als we dat mogen zeggen, tussen Christus de mens en God de Zoon, waardoor de kwaliteit en de innerlijke structuur van de Menswording wordt verzekerd? Sint Bonaventura, de Serafijnse Doctor, die ook een goede vriend was van de heilige Thomas van Aquino, wijst dat uitdrukkelijk af (Opera Omnia III distinctio 2, art.3, q.3). In feite zou dit betekenen dat de Heilige Geest mens is geworden, en niet de Zoon. Hij verwerpt ook het idee dat de Zoon de menselijke natuur zou kunnen bezitten via een ingegoten genade, die zou kunnen worden toegewezen, toegeëigend of toegeschreven aan de Heilige Geest. De reden hiervoor is dat zo’n omstandigheid (habitus) iets geschapens is, en als zodanig geen oneindig effect kan hebben. En de Incarnatie van de Zoon is een oneindig effect (Opera Omnia III distinctio 2, art. 3, q.2). Het is alleen in congruente zin dat hij een bemiddeling van de Heilige Geest wil overwegen. Wat betekent congruent? Congruent betekent hier een noodzakelijke bijkomende omstandigheid, maar een die geen verband houdt met oorzaak en gevolg met de Incarnatie. In die zin kan men zeggen dat Christus (ook) gezalfd is met de Heilige Geest, hoewel de substantiële zalving van de mensheid van Christus voortkomt uit zijn persoonlijke eenheid met de Eeuwige Zoon, die deze heeft aangenomen. Deze zalving van de mensheid van Christus met de Heilige Geest is dus slechts een gevolg, en geen oorzaak, welke dan ook, van zijn priesterschap; het is dus een ongeschikt taalgebruik, maar een taalgebruik dat binnen bepaalde grenzen toelaatbaar is.

6 De Heilige Geest is ook geen formele oorzaak van het priesterlijke karakter

Omgekeerd kan het onuitwisbare priesterlijke karakter (het zegel van de priesterwijding) van de apostelen en hun opvolgers de bisschoppen, formeel niet aan de Heilige Geest worden toegeschreven, want het priesterlijke karakter is Christus zelf. Dit is wat Thomas leert in zijn Summa Theologica (III q.63 a.2, 3 en 5). Zijn bevestiging dat het karakter ‘ipse Christus’ is, dat wil zeggen ‘Christus zelf’, betekent natuurlijk niet een de facto identiteit, maar – we herhalen het – de formele constituerende oorzaak waarvan we in het begin spraken. Het priesterschap van de Apostelen is dus gevormd naar dat van de Verlosser, wat direct duidelijk is. Aangezien het priesterschap van de Apostelen, door het priesterlijke zegel een accident (dat wil zeggen niet-essentiële eigenschap) is dat inherent aan de ziel verbonden is, en aangezien Jezus Christus van nature of in wezen priester is – omdat hij de vleesgeworden Zoon van God is – is het verschil tussen het priesterschap van Christus en dat van de Apostelen hetzelfde als dat tussen substantie en accident.

7 Consequentie van de nieuwe vorm van bisschoppelijke wijding: de ontkenning van de Goddelijke Natuur en de Goddelijke Persoonlijkheid van de Zoon

En wat als we, net als de nieuwe vorm van bisschopswijding, ervan uitgaan dat de formele oorzaak van zowel het priesterschap van Christus als het priesterschapvan de apostelen één en dezelfde is? We kunnen hieruit afleiden dat het priesterschap van Jezus op hetzelfde niveau ligt als dat van de apostelen, hetgeen betekent dat Christus alleen door die bedenkelijke ‘spiritus principalis’ zou worden vergoddelijkt! Maar zo’n ‘Jezus’ is niet onze Christus van de Openbaring, en wij katholieken geloven niet in zo’n ‘Christus’. De nieuwe vorm preekt dus een ander evangelie (‘En wie dat doet, zal anathema zijn’ Gal. 1.8) en verlaagt het Nieuwe Verbondspriesterschap tot het niveau van dat van het Oude Testament. Hij zou niet superieur zijn aan de Ouderen die door Mozes zijn ingesteld toen God aan de profeet opdroeg zeventig mannen te kiezen om hem te helpen bij de regering van het volk. God wilde die Ouderen dezelfde ‘geest’ geven die Hij al op Mozes had uitgestort (Numeri 11:16 e.v.). Maar dan is het gewoon het overbrengen van een charisma.

8 De nieuwe vorm vindt zijn oorsprong in een modieuze Geest-Christologie

Wie zijn deze mensen die dit nieuwe ‘evangelie’ prediken en wat is de naam van deze pseudo-theologische trend? Het wordt Christologie van de Geest genoemd, in tegenstelling tot de geopenbaarde Theologie van de Logos: ‘En het Woord is Vlees geworden’ (Johannes 1:14). De christologie van de Geest werd en wordt nog steeds min of meer onderwezen door de meeste vertegenwoordigers van de postconciliaire beweging. We kunnen bijvoorbeeld Hans Urs von Balthasar noemen, of de jezuïet Piet Schoonenberg, zonder natuurlijk de hoofdredacteur van de nieuwe bisschopswijding te vergeten: Joseph Lécuyer.

Lécuyer had als missiepater van de Congregatie van de Paters van de Heilige Geest bisschop Marcel Lefebvre als superieur. Het onderzoekswerk van Lécuyer heeft in de jaren vijftig de aandacht van zijn superieuren gewekt, zodat Mgr. Lefebvre een rapport heeft opgesteld waarin de beschuldiging van ketterij aan het Heilig Officium wordt gemeld. Maar Pius XII stierf, en alles veranderde. Na het emeritaat van Marcel Lefebvre neemt Lécuyer zijn plaats in als Generaal Overste van de Paters van de Heilige Geest! Deze uitzonderlijke positie diende als springplank voor zijn toelating tot de Commissie voor Liturgische Vernieuwing onder leiding van Annibale Bugnini tijdens het pontificaat van Paulus VI. Lécuyer was met name verantwoordelijk voor de uitwerking van de rite van de nieuwe bisschopswijding.

Er zijn vele andere adepten van deze nieuwe Christologie van de Geest. Een van hen is Leonardo Boff, die zich allerminst alleen bezighield met bevrijdingstheologie, een communistische versie van een vals christendom. Omdat de Christologie van de Geest een panreligieuze oriëntatie heeft, vond zij zelfs onder de protestanten belangrijke aanhangers, zoals Prof. Jürgen Moltmann – die Joseph Ratzinger zeer goed kent – of de hervormde Prof. Hans-Joachim Kraus (†), die de Christologie van de Geest als noodzakelijk beschouwde voor de dialoog met het jodendom: Jezus Christus moest kunnen worden uitgelegd in een puur Oud-Testamentisch perspectief! De hele Taizé-beweging behoort tot dit milieu, met name Max Thurian. De door hem samengestelde Lima-liturgie is doordrongen van de Christologie van de Geest. Op verschillende plaatsen wordt gezegd dat Jezus van Nazareth pas na zijn doop door de heilige Johannes de Doper in de wateren van de Jordaan tot messiaanse waardigheid werd verheven, op het moment dat de Heilige Geest in de gedaante van een duif verscheen. Een andere belangrijke vertegenwoordiger die we niet mogen vergeten is de charismatische beweging. Het duurt te lang om ze allemaal op te sommen, maar referenties in Google Books naar ‘spirit theology’ zijn legio.

De Christologie van de Geest presenteert de Verlosser als een mens die enkel Christus wordt door de ‘gave van de Geest’. Dit komt overeen met de nieuwe rite van de bisschopswijding. Nog erger: niet alleen wordt de goddelijkheid van Christus ontkend, maar onmiddellijk wordt een nieuwe Trinitaire ketterij geïmpliceerd, aangezien de nieuwe vorm ook ontkent dat de Heilige Geest voortkomt van de Zoon. De Christologie van de Geest stelt dat deze ‘geest’ (vreemd genoeg, geassimileerd met de goddelijke eigenschap van ‘kracht‘, alsof een goddelijk attribuut hetzelfde is als een van de drie goddelijke Personen) uitgaat[2] van de Vader naar de Zoon uitgaat, wat impliceert dat Hij eerst aan de Zoon is gegeven – alsof de Zoon dit geschenk nodig had – zodat Deze Hem op Zijn beurt aan de Apostelen kon overbrengen. Dit alles wordt niet alleen in tijdelijke zin bedoeld, dat wil zeggen in de context van de uiterlijke zending van de Zoon in de wereld, maar ook in intrinsieke zin, verwijzend naar het niveau van de innerlijke relaties van de goddelijke Personen in de boezem van de Heilige Drie-eenheid, zoals de officiële catechismussen van de conciliesekte duidelijk laten zien.

9 De Christologie van de Geest is ook aanwezig in de nieuwe Catechismus van de Conciliesekte

In nr. 47 van het Compendium (officiële samenvatting) van de Catechismus van de ‘katholieke’ Kerk (de nieuwe wereldwijde catechismus van de jaren ’90, met edities in het Duits, Frans, Nederlands en Engels) is het dogma van de voortkomst van de Heilige Geest van de Vader ‘en de Zoon’ (filioque) zodanig vervalst, dat duidelijk gesteld wordt dat de Heilige Geest (in het Frans nu ‘Esprit Saint’ genoemd in plaats van het aloude ‘Saint-Esprit’) van de Vader naar de Zoon uitgaat, wat complete ketterij is! Dit is in tegenspraak met het Credo van het Elfde Concilie van Toledo (DZ. 277), dat een formulering van de heilige Augustinus (De Trin. 15.26.47′ et ‘in Ioh, Tract.99, n.9’) heropneemt, ‘de Heilige Geest gaat niet uit van de Vader naar de Zoon’.

Maar dat is nog niet alles, want dat nr. 47 is gebaseerd op een omkering van het citaat van de heilige Augustinus dat we kunnen vinden in § 264 van dezelfde catechismus, vooral in de Franse en Nederlandse editie, die beide kunnen worden ingezien op de website van het Vaticaan. Ze verwijzen naar dit citaat van St. Augustinus, maar laten hem precies het tegenovergestelde zeggen. Deze omkering is inmiddels in verschillende talen, waaronder Engels en Duits, in het Compendium geïntroduceerd. Waarom is het zo belangrijk dat de Heilige Geest ook van de Zoon uitgaat? Afgezien van het feit dat het geopenbaarde waarheid is: als de Heilige Geest niet van de Vader én de Zoon zou uitgaan, zou de Zoon niet heilig zijn in de volle betekenis van Zijn Heiligheid, en zou Hij dus een gave van de Heilige Geest nodig hebben om Zijn heiligheid te voltooien, zodat deze gave zou worden toegevoegd aan Zijn persoonlijk bestaan. Hij zou niet meer volmaakt zijn, en daarom zou Hij niet God zijn. En zou Hij ook niet eeuwig kunnen zijn.

De eerder genoemde catechismus maakt zich sterk om de geldigheid van de Christologie van de Geest te kunnen aantonen, en doet dat dan ook in verschillende paragrafen. Met name uitspraken over de zalving van Christus ‘met’ de Heilige Geest (waarvan we nu weten nu dat we ze enkel op een congruente manier moeten begrijpen) worden op zo’n manier gebracht dat ze suggereren dat de Heilige Geest de formele oorzaak van de heiligheid van Christus is. En toch bestaat de heiligheid van Christus in werkelijkheid in de ‘genade van de eenheid, gratia unionis’, dat wil zeggen in de eenheid van de twee naturen in de Persoon van God de Zoon, die aan Zijn aangenomen menselijkheid werd verleend op het moment van de Menswording. We vinden dat terug in alle handboeken van de dogmatische theologie die tot aan het Concilie werden gebruikt bij de vorming van priesters.

We hebben de nieuwe catechismus gebruikt om duidelijk aan te geven dat deze ketterij, die de Goddelijkheid van de Verlosser ontkent, in de nieuwe vorm van bisschopswijding niet toevallig tot stand is gekomen, door pure onzorgvuldigheid en noodlottige toevalligheden, maar ingebed is in een meer algemene ketterse stroming, genaamd: Christologie van de Geest! Het gaat dus om een en hetzelfde element, perfect samenhangend en dus doelbewust. Samengevat: de nieuwe bisschopswijdingsrite en de nieuwe catechismus gaan samen als pek en zwavel. Er bestaat ook een meertalige editie van het evangelie uit Italië, met imprimatur, uit de jaren zeventig, uitgegeven door een Italiaanse missievereniging, zogenaamd katholiek, om te worden verspreid in de hotels van bedevaartsoorden zoals Lourdes. Ook hier wordt in de commentaren op het doopsel van Christus door de heilige Johannes in de Jordaan expliciet vermeld dat Jezus van Nazareth pas bij Zijn doop de messiaanse ‘verlichting’ heeft ontvangen, die van Hem de Verlosser heeft gemaakt. Deze ketterij is al lang bekend en veroordeeld, omdat de oude Gnostici dat al in de begindagen van de Kerk meenden. In zijn boek ‘Die Kardinalfehler des Hans-Urs von Balthasar’ heeft Johannes Rothkranz de afgrond van deze perversie al jaren geleden in detail beschreven. Het feit dat Jezus van Nazareth schijnbaar een ‘consecrator’ had in de Heilige Johannes de Doper, is altijd de leer geweest die door de drie onderste graden van de Vrijmetselasrij wordt geleerd.

10 Wat of wie is de ‘spiritus principalis’?

In de Griekse versies van de liturgische bronnen van de liturgische hervorming van het Tweede Vaticaans Concilie – die overigens bijna allemaal van pseudo-Apostolische oorsprong waren – wordt deze uitdrukking weergegeven als ‘hegemonikon pneuma’. Deze ‘hegemonikon pneuma’ komt uit de stoïcijnse filosofie, die nogal pantheïstisch was. De ‘hegemonikon pneuma’ was de almachtige kosmische geest die inherent is aan de wereld, de kracht van de zelforganisatie van de materie. Volgens de leer van het stoïcisme schept deze geest zich doorheen de evolutie van het universum een uitdrukking van zijn wezen. Het zou dus een soort ziel van de wereld zijn. Het moderne en hedendaagse panpsychisme is door dit idee geïnspireerd, omdat het denkt dat het zo de vermeende tegenstelling tussen geest en materie kan oplossen. De ketterse jezuïet Teilhard de Chardin werd sterk beïnvloed door dergelijke ideeën. De vooruitgang, zowel ideologisch als technisch, is dus het lichtbaken bij uitstek van de ‘spiritus principalis’.

Omdat het stoïcisme tijdens de Antieke Oudheid, in tegenstelling tot het neoplatonisme, nogal sober leek, werden veel denkers erdoor beïnvloed tot het midden van de derde eeuw van de christelijke jaartelling, en sommigen waren er helaas te veel toe geneigd. In onze tijd probeert de Conciliesekte het stempel ‘hegemonikon pneuma’ op te leggen aan de Heilige Geest. Deze ‘pneuma’ is niet langer de ware Heilige Geest die voortkomt uit God de Vader en God de Zoon, maar een kracht, in de eerste plaats blind en vormloos, die de Vader aan de Zoon heeft gegeven om Zijn opdracht in de wereld te vervullen.

11 De bronnen van de Christologie van de Geest

Oorspronkelijk zien we dat dit idee achter de historische bron zat die de ‘Traditio Apostolica’ wordt genoemd, die model heeft gestaan voor de nieuwe vorm van bisschopswijding: De ‘spiritus principalis’ verwees naar het Woord van God (logos endiathetos), dat zogenaamd nog niet was uitgesproken in het begin, en dat, volgens deze opvatting, verankerd was in de geest van God en helemaal geen persoon was; dit woord, nog niet uitgesproken, kon alleen een openlijk geopenbaard woord (logos prophorikos) worden in de uitwendige zending van de man Jezus van Nazareth. Natuurlijk is dit totale onzin, alsof het Eeuwige Woord niet eerder een Persoon was geweest, en alleen maar een Persoon was geworden in Zijn tijdelijke missie!

Vanaf het allereerste begin van de geschiedenis van de Kerk zijn er altijd valse leraren geweest, die hun bespiegelingen uit de hand lieten lopen (wat ongelukkigerwijze ook kon gebeuren in de gedachten van menige heilige), maar die ook – en dat is cruciaal – hun afwijkende filosofie in de liturgische riten integreerden, zodat die hun verwarde ideeën over het universum konden weerspiegelen. Deze auteurs hebben zich zo een geestelijk en liturgisch monument gebouwd, bedoeld om hun vermoedens te presenteren met een ‘traditionele’ en zekere leer, rechtstreeks afkomstig van de apostelen, en waarvan de ‘originelen’ zonet in de handen van de auteur waren gelegd. Zo zijn de meeste van deze ‘bronnen’ ontstaan, en meer dan anderhalf millennium later ‘ontdekt’ en geadopteerd door de liturgische beweging. Het gaat om verschillende versies van de zogenaamde ‘Traditio Apostolica’, van het ‘Testament van de Heer’, van de ‘Leer van de Twaalf Apostelen’ en van de ‘Apostolische Constituties’. De pseudo-Clementijnse brieven hadden ook een grote invloed. In die tijd, in de tweede en derde eeuw, toen men de ketters bewees dat hun leer niet die van de apostelen en hun opvolgers was, vonden ze gewoon de documenten uit die nodig waren om hun ketterijen geloofwaardig te laten lijken.

De Lateraanse synode ten tijde van paus St. Martinus I

Een synode in de Lateraanse Basiliek onder de heilige paus Martinus I veroordeelde alle pogingen om dergelijke documenten in de discussie te brengen. Dit gebeurde tientallen jaren voordat een andere synode, die zonder pauselijke goedkeuring in de ‘Trullo’, de koepelkamer in het keizerlijk paleis in Constantinopel, werd gehouden, bijna het Achtste Boek van de pseudo-apostolische constituties authentiek verklaarde. Tenslotte heeft het Trullanum de ‘Apostolische Canons‘ (even apocrief als de ‘Constituties‘ zelf) die aan dit boek gehecht waren, authentiek verklaard, maar de veroordeling door de Lateraanse Romeinse Synode enkele decennia eerder werd algemeen aanvaard, zodat ze al deze documenten bij voorbaat veroordeelde. (Lateraanse synode 649, Denz 274).

Met name de Lateraanse Synode onder Paus Martinus I stond erop al diegenen aan de kaak te stellen en uit te sluiten die, onder de schijn van vroomheid, zich aanmatigden te proberen de vijf hoekstenen van de Kerk (toen de vijf oecumenische Concilies) te ondermijnen met behulp van niet-erkende, zogenaamde documenten, met nooit eerder gehoorde argumenten, met boeken, met notulen van debatten, met valse getuigenissen, verzonnen synoden en, cruciaal voor onze poging, met ongeldige wijdingsrituelen (ordinationes vacuas), zonder enige canonieke erkenning, met de bedoeling de fundamenten te vernietigen die de Heilige Vaders hadden gelegd.

De Heilige Paus Martinus I betaalde voor zijn standvastigheid met het martelaarschap. Zijn opvolger uit de tijd van de Trullanum-synode onderging bijna hetzelfde lot. Martinus I werd gearresteerd door de Byzantijnse keizer en ter dood veroordeeld. Na zwaar gegeseld te zijn, werd hij niet geëxecuteerd, maar de mishandeling die hij tijdens zijn gevangenschap onderging, leidde uiteindelijk tot zijn dood in ballingschap in Chersonesos, de huidige Krim. De Kerk vereert hem als martelaar en viert zijn feestdag op 12 november. De Conciliesekte heeft zijn feest afgeschaft en zijn herdenking (niet verplicht) verplaatst naar 13 april, dicht bij de dag dat hij wordt herdacht in de Byzantijnse kalender (14 april). Het pontificale van Paulus VI is dus bevlekt met het bloed van een gemartelde Paus.

11 Het Concilie van Efeze veroordeelde al wat nu de Christologie van de Geest wordt genoemd

Beweringen dat Jezus Christus een vreemde kracht nodig had voor Zijn goddelijke, wonderlijke macht en dat daarom de ‘geest’ Hem van buitenaf was gegeven, dus dat de Verlosser niet in zijn eigen Geest werkte, zijn al lang veroordeeld. De heilige Patriarch Cyrillus van Alexandrië formuleerde deze veroordeling tegen Nestorius op het Concilie van Efeze (Can. 9 Denz. 121). Dit Concilie, dat vooral de eretitel van Onze Lieve Vrouw als Moeder van God verdedigde, verdedigde ook het Filioque, dat wil zeggen de leer van de voortkomst van de Heilige Geest ook van de Zoon. En dit betekent dat in onze tijd de nieuwe vorm van bisschoppelijke wijding van Paulus VI onder diezelfde veroordeling valt. Zegt de nieuwe vorm niet dat de macht van de Heer aan Jezus is toegekend op grond van een uitwendige bron?

12 De oudste bevestiging van het Filioque, al in de tijd van paus St. Damasus

De oudste bevestiging van het Filioque vinden we in een decreet van paus St. Damasus ter gelegenheid van een Romeinse synode in 382: ‘De Heilige Geest is niet alleen de Geest van de Vader alleen of van de Zoon alleen, maar ook van de Vader en van de Zoon’. Als hij de Geest van beide is, dan moet de Heilige Geest ook van de Zoon uitgaan, dus wordt Hij niet aan de Zoon gegeven als een gave die goddelijke kracht verleent. Laat niemand je van het tegenovergestelde overtuigen. De conciliesekte zal proberen je te doen geloven dat ‘gave’ een van de namen van de Heilige Geest is. Maar zoals de heilige Thomas leert, is deze naam gegeven omdat Hij aan de gelovigen is gegeven en niet omdat Hij aan de Zoon is gegeven.

13 De leugens van de liturgische hervormers

De Christologie van de Geest wil ons doen geloven dat de Heer geheiligd moest worden door een uitwendig principe, bestemd om zijn priesterschap te vestigen. Dat is een grote leugen!

Ze logen ook toen, bij de introductie van de nieuwe bisschopswijding, officieel werd verklaard dat de Westerse Syriërs en Kopten een groot deel van deze rite gebruikten. De West-Syrische rite in kwestie is geen bisschoppelijke wijdingsritueel, maar de liturgie van de troonsbestijging van de nieuw gekozen patriarch, die al bisschop is. Het is dus helemaal geen sacrament! Bovendien gebruikte Lécuyer valse vertalingen. In de Latijnse teksten die hij als bron presenteert is bijvoorbeeld op een gegeven moment het vrouwelijke voornaamwoord ‘quam’ vervangen door een mannelijke ‘quem’, zodat binnen die zin een valse verwijzing is bewerkstelligd. De indruk moest worden gewekt, dat Christus eerst de ‘spiritus principalis’ moest ontvangen, wat de oorspronkelijke tekst helemaal niet suggereert.

Een andere vermeende overtuigende tekst in de documenten van de hervormers bleek niet het wijdingsgebed van een Maronitische bisschop, maar een gebed voor de zalving van het hoofd. Dat deel van de rite is evenmin sacramenteel. Voor de Koptische rite wordt echter de term ‘hegemonikon pneuma’ gebruikt op een manier die geen enkel dogma schendt. Er wordt nooit gezegd dat de Zoon eerst de Geest moet ontvangen die Hij anders zou missen. Ook de zinsnede waarin deze ‘hegemonikon pneuma’ voorkomt, maakt geen deel uit van de vorm van de wijding. In de Koptische rite voor de priesterwijding van een abt wordt deze uitdrukking zelfs gebruikt bij de handoplegging, maar het is overduidelijk dat de wijding van een abt geen sacrament is.

14 Pantheïstische zin van de uitdrukking ‘spiritus principalis’

In de Heilige Schrift vinden we de uitdrukking ‘spiritus principalis’ maar één keer terug, in Psalm 50. Volgens het commentaar op de Psalmen van de heilige Robertus Bellarminus vraagt David hier aan God om het bijzondere charisma van zijn koninklijke waardigheid. De koning was geen priester! Als de Conciliesekte zoveel belang hecht aan deze uitdrukking ‘hegemonikon pneuma’, dan is dat omdat ze zelf de praktische consequentie, het pantheïsme, verkondigt. Toen Johannes Paulus II in Togo was, waar hij een heidense verering van de natuur bijwoonde, hij in een ‘heilig bos’ van de animisten, omringd door magiërs of genezers, mengde hij maniokbloem, en goot het vervolgens op de aarde, een voor de hand liggend vruchtbaarheidsritueel. Dat was geen vrij gebaar van vriendschap.

Nee, hij was er diep van overtuigd dat de ‘hegemonikon pneuma’, de kosmische geest, ook actief was in de riten van die duivelstovenaars. Ook was het geen eenvoudige verzetje, toen hij de vredespijp met de Lakota-indianen rookte. Johannes Paulus II was niet minder overtuigd van de aanwezigheid van Wakan Tanka dan de Indianen zelf, die hem uit dankbaarheid een adelaarsveer gaven. Want deze heidenen kennen geen verschil tussen God en de wereld. Voor hen is de wereld het lichaam van de Schepper. De vervaardiging van de nieuwe riten van de Conciliekerk en het praktische gebruik ervan moet worden opgevat als de theurgische en magische band met de overal aanwezige kosmische geest, die zich ook in de heidense religies manifesteert, of beter gezegd, die altijd al in die religies heeft gewerkt en nog steeds in ze werkt. De pseudo-christussen (valse christussen) die de Verlosser in Mk. 13:22 heeft voorspeld, zijn niet alleen pseudo-verlossers en bedriegers: het zijn valse profeten, met de valse zalving van ‘hegemonikon pneuma’ . Deze valse zalving is het hoofdthema van hun verkondiging: ‘Zie, ik ben een Christus zoals Jezus Christus, en ik heb dezelfde zalving ontvangen als hij.’Dit is precies de basis waarop de hele Christologie van de Geest berust!

Na alles wat gezegd is, moeten de katholieke gelovigen wegblijven van alle sacramenten van de Conciliesekte. Ze worden ongeldig toegediend, ze zijn niets anders zijn dan vervalsingen, en al even lege simulaties van traditionele riten, die even ongeldig zijn, als de priester geen geldig gewijde priester is. Laten we bijvoorbeeld denken aan de Broederschap van Sint-Petrus, of aan het Instituut van de Goede Herder, evenals aan het Instituut van Christus Koning.

Ook moeten we de eschatologische dimensies van een dergelijke ineenstorting van het sacrament van de Heilige Orde niet vergeten. De duivel laat niets aan het toeval over in zijn streven om de Heilige Mis te vernietigen, of in ieder geval de viering ervan onmogelijk te maken, ook al zal hij daar pas aan het einde van de tijd in slagen. Laten we daarom wakker zijn voor de tekenen van de tijd!

Bijlage 1: Informatiebronnen

Stopka, Thilo: Geist-Christologie und das Pontifikale Pauls VI. – Der unheimliche Einfluß einer Modetheologie auf die Bischofsweihen der sogenannten Konzilskirche. Editions Saint-Remi, Cadillac 2017. Afdrukken op bestelling.

Stopka, Thilo: Die Frage der Gültigkeit der Priester- und Bischofsweihen nach dem Ritus Pauls VI. – Editions Saint-Remi, Cadillac 2007. Afdrukken op bestelling.

Rothkranz, Johannes: Die dreifache Ungültigkeit der neuen Bischofsweihe. – Pro Fide Catholica, Verlag Anton Schmid (o. J.). (Verkrijgbaar voor €5,- in Nederlandse vertaling bij Trouw Katholiek, trouwkatholiek@gmail.com)

En voor iedereen die de Franse taal goed beheerst:

Website, ‘rore-sanctifica.org’; deze pagina evalueert alle bronnen van het Consilium Liturgicum onder Annibale Bugnini, die in het Duitse Liturgisch Instituut in Trier worden bewaard.

Menke, Karl-Heinz: ‘Das heterogene Phänomen der Geist-Christologie’ (un ensayo, publicado en el escrito-homensaje para el octogésimo cumpleaños de Walter Cardinal Kasper: ‘Mein Herr und mein Gott – Christus bekennen und verkünden’, uitgegeven door George Augustin, Klaus Krämer, Markus Schulze, Freiburg – Basel – Wien 2013).

Bijlage 2: Verwijzingen naar het thema in de werken van Sint Thomas van Aquino:

In Sent. lib. III, d.2, q.2, a. 2, qq. 1, 2: Werd de menselijke natuur aangenomen door de genade? Nam de Zoon van God het vlees aan door de Heilige Geest? Deze twee artikelen van het Commentaar op de Sententiae komen overeen met de hierboven genoemde artikelen van de Sint Bonaventura.

III. q.6 a.6 : Heeft de Zoon van God de menselijke natuur aangenomen door middel van genade?

III. q.7 a.13 : Is de habituele genade van Christus een gevolg van de vereniging?

Comp. theol. cc. 54, 67, 202, 203, 209, 210, 211 : Doctrine van relaties immanent in God. Verwerping van enkele vroegchristelijke ketterijen uit de tijd van Paulus van Samosata en Photinus tot Nestorius. Van het geïncarneerde Woord aa. 2, 4

S. c. G. IV. cc. 4, 9, 24, 28, 34, 38, 41: Verwerping van diverse vroegchristelijke ketterijen uit de tijd van Paulus van Samosata en Photinus tot Nestorius.

Contra errores graecorum I, c. 9 : In welke zin moet de Heilige Geest worden opgevat als het medium tussen de Vader en de Zoon? Verduidelijking van een misverstand over de theologie van de heilige Griekse kerkvaders.

C. E. Gr. 1, 21 : Hoe moet de uitspraak ‘God heeft de mens God gemaakt’ worden begrepen?

C. E. Gr. 1, 27 : Hoe moeten we de uitspraak begrijpen dat de levensadem die God in het gezicht van de eerste mens Adam heeft geblazen niet de rationele ziel is, maar de uitstorting van de Heilige Geest?

C. E.G. 2, 4: Hoe kan dit worden begrepen? Dat de Zoon werkt door de Heilige Geest?

N.B. 1: St. Thomas zegt precies hetzelfde als St. Bonaventura in de tekst hierboven.

N.B. 2: St. Thomas zegt dat zowel in zijn commentaar op de Sententiën, toen hij nog jong was, als tegen het einde van zijn leven, in het Tertia Pars van de Summa. Hij is dus nooit van mening veranderd! Dat is belangrijk, want soms veranderde hij zijn standpunt.


[1] De Franse vertaling van ‘spiritus principalis’ luidt : ‘l’Esprit qui fait les chefs.’ Nu is een ‘chef’ een ‘hoofd’ (uit het Latijnse ‘caput’, ‘hoofd’, ontstond ‘chef.’) De Franse ‘spiritus principalis’ maakt dus ‘hoofden.’ En wie is het hoofd van de Kerk? Christus!, vergelijk Ef. 4, 15, Col. 1, 18. St. Thomas van Aquino leert, dat Christus uit de volkomenheid van Zijn Macht hoofd van de Kerk is, en dat anderen slechts plaatsvervangers zijn; daarbij leunt hij op 2 Kor. 2, en 2 Cor. 5. III, q.6 a.6). We vinden zo een nieuwe blasfemie in de perverse Franse vertaling van de al even perverse Novus Ordo bisschopswijding: Christus is gedegradeerd tot een plaatsvervanger van de Heilige Geest!

[2] In de context van de Novus Ordo kan werkelijk gesproken worden van emanatie in plaats van van voortkomst.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.